Zo werkt een gebiedsgerichte aanpak
Netcongestie, woningbouwopgaves, klimaatadaptatie, stikstofproblematiek: de uitdagingen stapelen zich op in onze regio's. Afzonderlijk zijn ze vaak onoplosbaar. Samen bieden ze juist kansen. Dat stelt Stefan van Someren, wethouder in de gemeente Neder-Betuwe en aanjager van meerdere regionale energiehubs. Hij vertelt hoe een gebiedsgerichte, integrale aanpak het verschil maakt.
Waarom een integrale blik noodzakelijk is
In Nederland werkt elk domein apart aan zijn eigen opgaven. Waterbeheer, ruimtelijke ordening, energiebeleid, mobiliteit - elk domein heeft zijn eigen plannen, regels en verantwoordelijkheden. “Soms werkt dat heel goed. Maar het zit ook in de weg. De opgaven van tegenwoordig houden zich namelijk niet altijd aan die grenzen.”
“Heb je een probleem dat onoplosbaar lijkt? Zoek er dan minimaal drie bij. Dan zie je dat er juist door samen te kijken naar de overlap van die problemen een oplossing ontstaat. .”
Dit principe is de basis van een gebiedsgerichte aanpak. “Je knipt problemen niet op in kleine stukjes, maar brengt ze juist samen. Wat in het ene domein een belemmering vormt, kan in een ander domein juist de oplossing zijn”, aldus Van Someren.
De wethouder geeft een voorbeeld. “Een aannemerscombinatie wint de aanbesteding bij het Waterlandschap Rivierenland om een dijktraject vrijwel emissieloos te versterken, maar krijgt geen netaansluiting in de Gelderse uiterwaarden. Dat probleem leidt tot het ontstaan van de Watthub. Een energiehub die wind, zon en batterijen combineert op de voormalige stortplaats van de gemeenschappelijke regeling Avri. Zo wordt een praktisch probleem de start van een groter, integraal project. De energiehub helpt niet alleen om het dijkwerk met een lagere stikstofuitstoot uit te voeren, maar realiseert ook de laadvoorzieningen voor elektrische vrachtwagens en OV bussen en vermindert de netcongestieproblemen in de regio Rivierenland.”
De basis: lef, urgentie en vertrouwen
Elke gebiedsgerichte aanpak begint met twee dingen: urgentie en lef, stelt Van Someren. “Urgentie brengt partijen in beweging. Lef zorgt dat ze over hun eigen grenzen heen stappen.”
Urgentie ontstaat wanneer de gewone weg niet meer werkt. Een aansluiting aanvragen bij de netbeheerder of afwachten tot subsidieregelingen beschikbaar zijn, werkt dan bijvoorbeeld niet meer. “Het net zit vol. De wachttijden zijn te lang. De opgave is te groot. Op dat moment dwingt de praktijk tot samenwerking.”
Lef betekent dat je buiten de vaste kaders denkt en handelt, stelt Van Someren “In de praktijk zie je dat bij ondernemers, bestuurders met technische kennis en ambtenaren die ruimte krijgen om dit te proberen. Of die ruimte zelf nemen. Daar hoort ook vertrouwen bij. De afspraak dat je je met elkaars domein mag bemoeien. En dat dat van twee kanten komt. Zonder dat blijft samenwerking oppervlakkig.”
“De burgemeester en wethouders van gemeente Neder-Betuwe hebben we de afspraak dat we ons mogen bemoeien met elkaars domein . Dat is spannend – maar het is de reden waarom we zo integraal kunnen werken.”
Hoe ga je aan de slag: een integrale netwerkaanpak
Een gebiedsgerichte aanpak opzetten heeft een andere manier van projectmanagement nodig: een netwerk. Niet hiërarchisch en gecentraliseerd, maar zelfsturend.
Een mooi voorbeeld van een aanpak die daarbij helpt, is de taskforce-methodiek, stelt Van Someren. “Geen top-down structuur, maar een groep mensen die dingen wil dóen. Mensen met energie, vertrouwen en het vermogen om anders te denken.”
Ze komen uit verschillende domeinen: energie, water, mobiliteit en ruimte. Ze kennen elkaar en weten wat er speelt.
Een sterk zelfsturend netwerk maakt het mogelijk met een integrale blik gebiedsgericht aan de slag te gaan. Stap voor stap ziet dat er zo uit:
Stappenpla
Stap 1: Breng het gebied, de knelpunten en urgentie in kaart
Begin bij de kern: waar zit de echte pijn? En waarom lukt het niet om deze alleen op te lossen?
Welke ontwikkelingen spelen er? Denk aan: woningbouwopgaves, mobiliteitsvraagstukken, netcongestie, duurzaamheidsambities of dijkversterkingen.
“Je hoeft niet alles in beeld te hebben. Maar je moet wel de belangrijkste problemen kennen en weten wie de belangrijkste spelers zijn”, aldus Van Someren.
Stap 2: Verbind de problemen
Zoek de overlap: welk probleem van partij A is de oplossing voor partij B?
Proberen zaken niet te isloleren, maar juist te combineren. De gemeente speelt hier een belangrijke rol. "Die zit bij elke ruimtelijke opgave aan tafel.”
Stap 3: Zoek mensen die ervoor willen gaan
Zoek mensen die écht dingen willen doen. Niet mensen die uitleggen waarom iets niet kan.
“Deze mensen herken je zo: ze zijn bereid er voor te gaan, ze hebben en krijgen de gunfactor en ze durven buiten de lijntjes te kleuren”, aldus Van Someren.”
Betrek actief ondernemers, gemeenteambtenaren, netbeheerders, waterschap en de provincie. Maar ook programmadirecteuren vanuit de gemeente die over relevante thema’s gaan en die het netwerk kennen.
Stap 4: Beweeg, stuur, bestuur
Zet de eerste stap. Wacht niet tot alles klopt, maar begin klein en bouw uit. Zo kan de hub later opschalen en doorgroeien naar nieuwe vraagstukken.
Kijk welk probleem nú het belangrijkst is. Wie heeft er nu een groot probleem? Wie is bereid te investeren?
Van Someren: “Bestuurders hebben daarin een bijzondere rol. Ze kunnen urgentie vergroten, ruimte geven en partijen verbinden. Ook over domeinen en grenzen heen.”
De gemeente als startpunt en verbinder
“Wanneer je gebiedsgericht met de lokale energievoorziening aan de slag gaat, raakt dat vanzelfsprekend aan ruimtelijke ordening. En daar gaat de gemeente over. Daarom is de gemeente een logische startpunt van een gebiedsgerichte aanpak. Niet als eigenaar van alle oplossingen, maar als verbinder en ruimtegever.”
In Neder-Betuwe zie je dat bijvoorbeeld bij de rioolvervanging. Daar is naast de rioolwerkzaamheden meteen de elektra-infrastructuur vernieuwd, door in de lokale omgevingsvisie energie prioriteiten vast te leggen, en door actief mee te denken bij concessies van provincie en waterschap. Van Someren: “De gemeente is de plek waar de puzzelstukjes samenkomen.”
Van pilot naar aanpak: modulair denken
Gebiedsgerichte projecten uit andere gemeentes kun je niet zomaar kopiëren. Maar de bouwstenen wel.
Van Someren: “Elke succesvolle hub bestaat uit herkenbare onderdelen: juridische entiteiten, energiemanagementsystemen, grondposities, partnernetwerken. Die onderdelen kun je ook op andere plekken inzetten, met andere mensen en in een andere context.”
Dat vraagt wel om bestuurlijke moed, stelt Van Someren. “Keuzes maken over prioriteiten, soms om iemand heen werken die blokkeert, en accepteren dat je fouten maakt. Want alleen wie in beweging is, kan zinvol sturen.” Stefan doet een oproep aan andere bestuurders. “De gebiedsgerichte aanpak is geen blauwdruk. Het is een manier van werken. Wees nieuwsgierig naar het gebied, sta open voor onverwachte verbindingen en ben bereid om de eerste steen om te gooien.”
Fotocredits: Joulz



