Aflevering 12 van de Energiehub Podcast: individueel vs collectief
Je bedrijf wil groeien, verduurzamen of overstappen op elektrisch vervoer, maar een zwaardere aansluiting op het stroomnet zit er voorlopig niet in. Wat doe je dan? Begin je met maatregelen achter je eigen meter? Of zoek je juist meteen de samenwerking met bedrijven om je heen?
In aflevering 12 van de Energiehub Podcast gaat het over die keuze tussen individuele en collectieve maatregelen. Al blijkt ‘keuze’ eigenlijk niet het goede woord. Individuele maatregelen en samenwerking met de buren kunnen elkaar juist versterken. Het begint met inzicht in je eigen energiegebruik. Daarna komt de vraag: wat kun je zelf oplossen en wanneer levert samenwerken meer op?
Deze podcast wordt mogelijk gemaakt door het Kennisplatform Energiehubs, namens PVB, en Provincie Drenthe.
Benieuwd? Luister naar deze podcastaflevering via jouw favoriete app:
Wie zaten aan tafel?
Presentator Glenn van der Burg ging in gesprek met:
- Marieke Butterhoff, hubregisseur en senior strategisch consultant bij Haskoning
- Serge de Mul, ondernemer achter Ultraware, Compenda en Comforest
- en co-host Wouter Heres, hubregisseur en medeoprichter van kiloWattbuur.

Netcongestie remt groei én verduurzaming
Dat netcongestie vervelend is, weten ondernemers inmiddels. Maar wat betekent het concreet? Marieke ziet op bedrijventerreinen vooral twee gevolgen: “Niet kunnen groeien, dat is voor ondernemers een van de eerste dingen. En de andere is niet kunnen verduurzamen.”
Ze noemt de Binnenhaven in Nijmegen, waar ze als hubregisseur betrokken is. Een grond-, weg- en waterbouwer wil elektrische vrachtwagens inzetten, maar moet die voertuigen wel kunnen laden. Waar zo’n bedrijf vroeger genoeg had aan een relatief kleine aansluiting voor een kantoor en wat verlichting, ontstaat door elektrificatie opeens een veel grotere stroomvraag. “Nu moet je ineens één, tien, dertig, honderd vrachtwagens gaan laden bij zo’n bedrijf.”
Een ander bedrijf wil juist van aardgas overstappen op warmte van een afvalenergiecentrale. Die warmte moet voor het productieproces verder op temperatuur worden gebracht met een industriële warmtepomp. Ook daarvoor is elektriciteit nodig. “Daar hoort een grote industriële warmtepomp bij. En je raadt het al: wat heeft die nodig? Prik. En die is er niet.”
Netcongestie is daarmee niet alleen een technisch probleem. Het raakt rechtstreeks aan groei, verduurzaming en de bedrijfsvoering van ondernemers.
Begin met meten
Toch betekent een volle aansluiting niet automatisch dat er niets meer kan. Volgens Serge begint de zoektocht naar oplossingen juist achter de eigen meter.
“In eerste instantie is het heel simpel: meten is weten. Je zult ervoor moeten zorgen dat je je energiestromen in beeld hebt. Wat komt het pand in? Maar waar gaat het ook naartoe?”
Hoeveel vermogen gebruik je werkelijk? Wanneer ontstaan pieken? Welke installaties veroorzaken die? Wat staat aan terwijl dat misschien niet nodig is? En hoe verandert je energieprofiel als je straks elektrische voertuigen, een warmtepomp of een nieuwe productielijn toevoegt?
Serge paste die aanpak zelf toe bij het bedrijfspand van Ultraware. Het pand uit de jaren negentig werd uiteindelijk gasloos en energiepositief. Daarbij keek hij niet alleen naar opwek, maar ook naar isolatie, luchtdichtheid, installaties en slimme aansturing. “We hebben nu onze eigen elektronica en ons eigen softwareplatform en 75 procent energie weten te besparen in ons pand.”
Diezelfde manier van denken gebruikt hij om binnen zijn bestaande aansluiting onder andere elektrische auto’s te laden. Niet simpelweg alles tegelijk aanzetten, maar meten en sturen op de momenten waarop capaciteit beschikbaar is.
Dat hoeft niet voor ieder bedrijf even geavanceerd te zijn, benadrukt Marieke. Een productiebedrijf, kantoor en recyclingbedrijf hebben heel verschillende processen en mogelijkheden om energiegebruik te sturen. Maar weten wat er daadwerkelijk gebeurt, is altijd de eerste stap.
Koop niet meteen een batterij
Juist doordat steeds meer ondernemers tegen netcongestie aanlopen, groeit ook het aanbod van oplossingen. Batterijen worden daarbij vaak gepresenteerd als een logische eerste stap. De gasten waarschuwen om niet te snel tot aanschaf over te gaan.
Als je een waarschuwing krijgt omdat je boven je gecontracteerde vermogen uitkomt, zegt Wouter, kijk dan eerst waardoor die piek ontstond. Misschien kwamen twee medewerkers tegelijkertijd terug en gingen hun auto’s tegelijk aan de laadpaal, terwijl andere installaties ook volop draaiden.
“Begin gewoon met meten. Ga gewoon eens terugkijken: wat gebeurde nou op dat moment? Vaak weet je dan al waar het probleem vandaan komt.”
Soms is een kleine aanpassing in de bedrijfsvoering al genoeg. En als een batterij wél interessant is, moet eerst duidelijk zijn welk probleem die batterij precies moet oplossen en welke capaciteit daarvoor nodig is.
Serge hanteert daarom een duidelijke volgorde: “Verduurzaam eerst je pand. Doe dan zonnepanelen. En pas als allerlaatste je batterij. Dan weet je wat je nog moet verschuiven.”
Ook samenwerking kan de berekening veranderen. Als bedrijven capaciteit met elkaar kunnen delen, kan een batterij die individueel direct nodig lijkt misschien kleiner worden of pas later nodig zijn.
Wanneer kijk je over je perceelgrens?
Als je weet hoe je eigen energiehuishouding eruitziet, ontstaat vanzelf de volgende vraag: wat gebeurt er bij de buren?
Serge geeft een eenvoudig voorbeeld uit zijn eigen bedrijf. 's Avonds en in het weekend gebruikt zijn pand nauwelijks elektriciteit. Een groot deel van zijn beschikbare capaciteit zou dan in theorie door een buurman gebruikt kunnen worden. Die buurman heeft misschien juist 's avonds stroom nodig om voertuigen of een batterij te laden.
Daar zit de potentie van een collectieve oplossing. Niet omdat iedere ondernemer hetzelfde probleem heeft, maar juist omdat de energieprofielen van verschillende bedrijven elkaar kunnen aanvullen.
“Je begint gewoon bij jezelf door te weten: wie ben ik nou in termen van energie nu? En wie ben ik in termen van energie in de toekomst? Dan weet ik waar mijn eigen uitdagingen liggen en welke individuele oplossingen er mogelijk zijn. Dat maakt ook het gesprek met je buren makkelijker wanneer we koppelkansen gaan verkennen.”
Een energieprofiel laat dus niet alleen zien welke ruimte je zelf hebt. Door profielen naast elkaar te leggen, wordt ook duidelijk of samenwerken kansrijk is.
Een energiehub is niet voor iedereen
Moet vervolgens ieder bedrijf op een bedrijventerrein aansluiten bij een energiehub? Nee, benadrukt Marieke.
“Voor mij zijn individuele oplossingen een no-brainer. Een collectief is niet zaligmakend. Want het is ook gewoon ingewikkeld.”
Op TPN-West in Nijmegen zijn ongeveer 450 bedrijven gevestigd. Dat betekent niet dat er uiteindelijk één energiehub met 450 deelnemers hoeft te ontstaan. In de Binnenhaven werkt Marieke met een veel kleinere groep bedrijven die elkaar energetisch kunnen aanvullen en ook daadwerkelijk een reden hebben om samen te werken.
“De bedrijven die het individueel op kunnen lossen, moeten het gewoon individueel oplossen. De groep waarmee ik de hub in ben gegaan, bestond uit bedrijven die echte urgentie hebben en waar onderling noaberschap is. Samenwerkingsbereidheid en urgentie: wat mij betreft twee key ingrediënten van een energiehub.”
Een bedrijf dat zijn eigen probleem eenvoudig kan oplossen, hoeft niet per se onderdeel te zijn van een collectieve oplossing. Tegelijk kan zo'n bedrijf juist interessant worden voor een energiehub als het op bepaalde momenten capaciteit over heeft waarmee een buur geholpen kan worden.
“Een hub met alleen maar mensen met een probleem is een veel ingewikkelder hub dan een hub waar ook mensen in zitten die geen probleem hebben, of een deel van de dag geen probleem hebben”, legt Marieke uit.
Samenwerken vraagt om de juiste groep
Behalve bereidheid om samen te werken moeten de energieprofielen dus passen. Vijf bedrijven die allemaal op hetzelfde moment hun hoogste stroomvraag hebben, lossen gezamenlijk weinig op. “Als je allemaal dezelfde typologie bedrijven bent en je trekt allemaal op hetzelfde moment je pieken, dan wordt het ingewikkeld”, zegt Marieke.
Dat kun je tegenwoordig veel sneller onderzoeken dan een paar jaar geleden, vertellen Marieke en Wouter. Met meetgegevens en analysetools is relatief snel inzichtelijk te maken hoe bedrijven zich energetisch tot elkaar verhouden, welke aansluitingen bij elkaar horen en waar mogelijke koppelkansen zitten.
Wouter: “Bij de eerste trajecten was dat een traject van twee, drie jaar. Inmiddels is dat een paar weken. Dan ben je al heel gauw op een punt beland dat je zegt: is dit het huwelijk dat we met elkaar willen sluiten op deze voorwaarden?”
Daarna komen andere vragen aan bod. Wat moet technisch worden geregeld? Welke afspraken maken bedrijven onderling? Wat kost het? En zijn alle deelnemers bereid zich aan dezelfde spelregels te houden?
De GTO is belangrijk, maar een energiehub is meer dan dat
Bij samenwerking gaat het gesprek al snel over de groepstransportovereenkomst, de GTO. Daarmee krijgen meerdere bedrijven gezamenlijk transportcapaciteit die ze binnen afgesproken grenzen onderling kunnen verdelen.
Volgens Marieke is zo’n overeenkomst belangrijk, maar moet een energiehub niet tot een GTO worden gereduceerd. “Die is vaak wel randvoorwaardelijk en dus superbelangrijk. Maar het is zeker niet de heilige graal. Een goede energiehub heeft juist die mix in zich, in plaats van dat je alleen maar naar elektriciteit kijkt.”
In de Binnenhaven van Nijmegen wordt bijvoorbeeld niet alleen gekeken naar elektriciteit, maar ook naar warmte en waterstof. Daarmee ontstaat een veel breder lokaal energiesysteem.
Ook binnen elektriciteit draait een hub om meer dan het contract. Data, installaties en software moeten uiteindelijk op elkaar aansluiten. Wouter ziet in de praktijk bijvoorbeeld dat omvormers, laadpalen en andere systemen niet automatisch met elkaar communiceren.
“Die problemen en uitdagingen die je ziet bij de individuele oplossingen achter de voordeur en in de collectiviteit, zijn overal hetzelfde. Uiteindelijk weten we dat er capaciteit beschikbaar is. Het is nog een kwestie van die vinden en op elkaar afstemmen.”
Daar ligt volgens Serge een belangrijke nieuwe ontwerpopgave. De installateur blijft nodig voor de technische installatie, maar daarnaast is steeds meer kennis nodig van data, ICT en systeemarchitectuur. Marieke ziet daarom vooral kansen in samenwerking tussen installateurs en ICT-partijen.
Eerst zelf én samen
De tegenstelling waarmee de aflevering begint – individueel óf collectief – blijkt aan het einde eigenlijk niet te bestaan.
Ondernemers kunnen vandaag al beginnen met meten, besparen, slimmer sturen en onderzoeken welke ruimte binnen hun huidige aansluiting beschikbaar is. Tegelijk is het verstandig om tijdig naar buiten te kijken. Misschien heeft de buurman precies ruimte op het moment dat jij die nodig hebt. Of kun jij met jouw flexibiliteit juist een ander helpen.
Niet ieder bedrijf hoeft daarom in een energiehub. En niet ieder energieprobleem vraagt om een batterij, een GTO of een ingewikkeld collectief systeem. De essentie is eerst begrijpen wat de opgave is en daarna de oplossing kiezen die daarbij past.
Belangrijkste punten uit deze aflevering
- Begin met meten. Zonder inzicht in je huidige en toekomstige energieprofiel kun je moeilijk bepalen welke oplossing nodig is.
- Kijk eerst welke ruimte je binnen je eigen bedrijf en bestaande aansluiting kunt creëren.
- Koop niet automatisch een batterij. Bepaal eerst welk probleem je wilt oplossen en welke andere maatregelen mogelijk zijn.
- Kijk daarna over je perceelgrens. Complementaire energieprofielen kunnen samenwerking interessant maken.
- Een energiehub is niet voor ieder bedrijf de beste oplossing. Urgentie en samenwerkingsbereidheid zijn belangrijke voorwaarden.
- Een GTO kan belangrijk zijn voor het delen van transportcapaciteit, maar een energiehub draait om meer dan alleen elektriciteit en contracten.
- Data, ICT, installatietechniek en goede onderlinge afspraken moeten uiteindelijk samenkomen.
- Individuele en collectieve oplossingen sluiten elkaar niet uit. Ze kunnen elkaar juist versterken.

De volgende aflevering
De volgende Energiehub Podcast is live te beluisteren op New Business Radio op 21 oktober van 11.00 tot 12.00 uur, en daarna ook te vinden op het Kennisplatform Energiehubs.


