Aflevering 8 van de Energiehub Podcast: cable pooling 2.0
Het stroomnet zit vol, maar dat betekent niet dat er altijd en overal een tekort is aan energie. De echte schaarste zit vaak in piekmomenten. Juist daar ontstaan oplossingen zoals cable pooling 2.0. Dat is het onderwerp van aflevering 8 van de Energiehub Podcast.
Wat is cable pooling 2.0 precies, voor wie is het interessant, en waarom zien we deze oplossing nog niet op grote schaal terug? De belofte is groot, maar de praktijk vraagt om techniek, lef, samenwerking en een lange adem.
Deze podcast wordt mogelijk gemaakt door het Kennisplatform Energiehubs, namens PVB, en Provincie Drenthe.
Benieuwd? Luister naar deze podcastaflevering via jouw favoriete app:
Wie zaten aan tafel?
Presentator Glenn van der Burg ging in gesprek met:
- Thijs Afman, hubregisseur via Green Grid Solutions
- Maarten Kole, advocaat bij Dirkzwager
- Luuk Roggen, KME Netherlands
Daarnaast was er een column en afsluitende reflectie van Paul Dalebout, hubregisseur namens provincie Drenthe.

De schaarste zit vaak in momenten
Netcongestie is vaak in het nieuws als een structureel probleem, maar volgens Thijs Afman zit de knel juist vooral in specifieke momenten. “Het grootste misverstand is dat het altijd een probleem is. Dat is niet zo. In de winter heb je te weinig transportcapaciteit, in de zomer juist te veel zon. Het zit echt in momenten.”
Die nuance is belangrijk. Want als het probleem tijdelijk is, ligt de oplossing niet alleen in uitbreiden van het net, maar ook in slimmer omgaan met wat er al ligt. Volgens Maarten Kole speelt daarbij ook een contractueel vraagstuk.
“Bedrijven contracteren transportcapaciteit alsof ze die 24 uur per dag nodig hebben. Maar vaak hebben ze die capaciteit maar op bepaalde momenten nodig. Er is dus veel meer ruimte dan we denken.”
De vraag is dus niet alleen hoeveel capaciteit er is, maar ook hoe die capaciteit wordt benut. Netbeheerders handelen vooral op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde transporthoeveelheden.
Wat is cable pooling 2.0?
Cable pooling betekent dat meerdere installaties gebruikmaken van één aansluiting. Een installatie betreft alle gekoppelde elektrische componenten van één bedrijf. Zo delen aangeslotenen die normaal een eigen aansluiting hebben, dezelfde aansluiting. Een aansluiting is een duur component, dat je zo beter benut.
Dat klinkt simpel, maar het is wezenlijk anders dan bijvoorbeeld een groepscontract. Bij een GTO houden bedrijven hun eigen aansluiting, maar maken ze afspraken over het gezamenlijke gebruik van transportcapaciteit. Bij cable pooling 2.0 delen meerdere installaties juist één aansluiting.
“Bij een GTO deel je transportcapaciteit via het net van de netbeheerder. Dat is ‘voor de meter’. Cable pooling is ‘achter de meter’. De netbeheerder stopt bij het eerste aansluitpunt. Daarachter organiseren partijen zelf hoe kabels, installaties en verdeling worden ingericht. Dat geeft meer regie, maar brengt ook extra verantwoordelijkheid mee. Je moet zelf kabels aanleggen, beheer organiseren en zorgen dat de technische en veiligheidskant goed is geregeld.”
Maarten Kole vult aan: “We noemen dit cable pooling 2.0, omdat het een uitgebreidere versie is. Onder de oude Elektriciteitswet kon bijvoorbeeld een zonnepark een aansluiting delen met een windmolen. Met de nieuwe Energiewet wordt dat breder. Je kunt nu ook verbruik, opslag en conversie combineren op één aansluiting.”
Tegelijk blijven er duidelijke grenzen. Zo mogen maximaal vier installaties gebruikmaken van één aansluiting, van minimaal 100 kVA. Ook heeft één fysieke aansluiting ook fysieke beperkingen. Daarom moeten bedrijven onderling afspraken maken over het gebruik ervan.
Interessant voor de juiste situatie
De gasten zijn er duidelijk over: cable pooling 2.0 is niet de oplossing voor elk bedrijventerrein. Het is vaak een kostbare route, met veel proceskosten en technische investeringen. Daardoor is het vooral interessant voor bedrijven met een zware aansluiting en onbenutte capaciteit. Afman: “Daar zit vaak ruimte die niet wordt gebruikt. Dan kun je zeggen: mag iemand anders die vrije ruimte benutten? Daar zit de winst.”
Kleine aansluitingen zijn volgens hem veel lastiger. Dan drukken de overheadkosten en de benodigde techniek al snel te zwaar op het project. Daarom zie je deze aanpak nu vooral terug bij grotere industrie, wind- en zonneprojecten en partijen met serieus vermogen.
KME laat zien hoe het in de praktijk kan werken
Een concreet voorbeeld in deze aflevering is KME Netherlands in Zutphen. Luuk Roggen vertelt dat KME veel energie gebruikt voor de productie van koper- en messingband. Tegelijk heeft het bedrijf ruimte over op de bestaande aansluiting. Die ruimte willen ze beschikbaar stellen aan andere installaties.
Zo ontstaat bij KME een lokaal energiesysteem rond de fabriek. Windmolens, een batterij en de productie-installaties worden aan elkaar gekoppeld. De fysieke situatie is relatief overzichtelijk, vertelt Roggen. “De windmolens staan op een paar honderd meter afstand van de fabriek. De batterij kan letterlijk in onze achtertuin worden geplaatst.”
Maar de inhoudelijke puzzel is complex. Vraag en aanbod moeten continu op elkaar worden afgestemd, en de mogelijkheden veranderen tijdens het proces. “Je ontwerpt niet maar een model”, schetst Afman. “In zo’n project blijf je itereren. Wat gebeurt er als je meer produceert dan verbruikt? Mag je terugleveren? Heb je opslag nodig?”

Strategische keuze
Voor KME draait het niet alleen om samenwerking, vertelt Roggen: “Het gaat ook om voor ons strategische keuzes zoals energiezekerheid en vergroening.” Het bedrijf wil voorsorteren op een toekomst waarin het net vaker onder druk staat. Door windmolens, een batterij en mogelijk later ook andere toepassingen aan de aansluiting te koppelen, ontstaat een lokaal energiesysteem dat beter past bij de eigen behoefte.
De businesscase zit niet alleen in duurzaamheid
Bij KME speelt vergroening een grote rol, maar de businesscase wordt ook financieel interessant door een CSC-contract met Liander en de inzet van een batterij (voor een CSC-contract is cable pooling trouwens geen vereiste, red.). Roggen: “Liander kan ons vragen om vermogen te leveren of juist af te nemen, voor minimaal vier uur.” KME kan daar als fabriek op inspelen door productie tijdelijk aan te passen, en door de batterij in te zetten.
“Energie is bij ons 15 procent van de totale kosten. Als we dat kunnen reduceren, is dat heel welkom. Dankzij het CSC-contract kunnen we de vaste kosten van de aansluiting halveren. Dat gaat dan al om bedragen van ongeveer een half miljoen tot een miljoen euro."
Tegelijk vraagt dat wel veel van een organisatie. Je moet bereid zijn om je productieproces flexibel in te richten en snel te schakelen in planning en bezetting.
Eerst techniek, dan afspraken
Volgens Maarten Kole begint een cable-poolingtraject altijd bij de techniek. Je moet eerst weten wat partijen nodig hebben, wanneer hun pieken optreden en of die profielen op elkaar aansluiten. Pas als daar een logische basis uitkomt, heeft het zin om de juridische kant verder uit te werken.
Daarna volgen de afspraken. In sommige gevallen kiezen partijen voor een aparte projectentiteit die eigenaar wordt van de installatiezijde van de aansluiting en die de aansluit- en transportovereenkomst sluit met de netbeheerder. In andere gevallen blijft één partij dominant en worden afspraken gemaakt met de partij over het gebruik van die aansluiting.
Bij KME is gekozen voor een gezamenlijke BV, zodat de partijen een stevige en gelijkwaardige positie hebben. Zo borg je continuïteit en voorkom je dat één partij te veel aan de knoppen zit.

Vertrouwen is ook hier weer de basis
Net als in eerdere afleveringen blijkt ook hier dat samenwerking alleen werkt als er vertrouwen is. “We werken al een aantal jaar met deze partijen samen”, zegt Luuk Roggen. “Je bouwt vertrouwen op. Dat is de basis.” Dat is nodig om samen een nieuwe entiteit op te richten en investeringen te doen.
Thijs Afman benadrukt dat in dit soort projecten rollen snel door elkaar kunnen lopen. Een partij kan leverancier zijn, aandeelhouder én gebruiker. Juist daarom moet je die rollen goed uit elkaar trekken. Alleen dan blijft helder vanuit welk belang iemand aan tafel zit.
Waarom gebeurt dit nog niet op grote schaal?
Ondanks alle kansen zien we nog maar mondjesmaat dat cable pooling 2.0 wordt ingezet. Daar zijn meerdere redenen voor. Om te beginnen is informatie over verbruik, aansluitingen en lokale mogelijkheden versnipperd, geven de tafelgasten aan.
"Netbeheerders beschikken over veel kennis, maar kunnen die niet zomaar delen. Daardoor is het lastig om snel te zien of er in de buurt een kansrijke match is."
Het is dus belangrijk om met nabijgelegen bedrijven en installaties in gesprek te gaan.
Ook de kosten en de looptijd vormen een drempel. Wie aan cable pooling 2.0 begint, moet bereid zijn om er veel tijd, geld en energie in te steken, geeft Roggen aan. “Het is een langdurig proces. De aanhouder wint, maar het vraagt wel wat.”
Waar begin je als je dit wilt verkennen?
Aan het einde van het gesprek geven de gasten vrij helder aan wat een logische eerste stap is. Kijk eerst naar wat je hebt. Hoe groot is de aansluiting? Heb je transportvermogen over? Wat heb je te bieden en wat heb je nodig? Kijk ook vast naar mogelijke samenwerkingspartners.
Daarna volgt de technische scan. Passen de profielen op elkaar? Liggen partijen dicht genoeg bij elkaar? Blijft de oplossing betaalbaar, of wordt het systeem zo ingewikkeld dat een andere route beter is? Heb je ook de mensen en partijen om je heen die dit samen willen doen? Want zonder uithoudingsvermogen en vertrouwen strandt het project alsnog.
Belangrijkste punten uit deze aflevering
- Netcongestie zit met name in piekmomenten.
- Met cable pooling 2.0 kun je productie, verbruik en opslag op één aansluiting combineren.
- Deze oplossing is vooral interessant bij zware aansluitingen met onbenutte ruimte.
- Een traject begint bij techniek: profielen, pieken, afstand, partners en haalbaarheid.
- Juridische afspraken zijn belangrijk, maar je hoeft niet vanaf nul te beginnen: er zijn templates en modelcontracten.
- Vertrouwen tussen partijen is een harde voorwaarde voor succes.
- De businesscase kan sterk zijn, maar vraagt ook flexibiliteit, investeringen en doorzettingsvermogen.

De volgende aflevering
De volgende Energiehub Podcast is live te beluisteren op New Business Radio op 20 mei van 11.00 tot 12.00 uur, en daarna ook te vinden op het Kennisplatform Energiehubs.


