Aflevering 7 van de Energiehub Podcast: hubs on hold
Energiehubs worden vaak gezien als een kansrijke route om netcongestie op bedrijventerreinen aan te pakken. Bedrijven kunnen dan samen energie opwekken, opslaan, delen en slimmer gebruiken. De noodzaak is groot, maar de praktijk blijkt complex. Er zijn veel initiatieven, maar nog maar weinig hubs die ook echt draaien.
In deze aflevering van de Energiehub Podcast staat daarom een lastige, maar nodige vraag centraal: waarom worden sommige energiehubs geen succes? Waar lopen ondernemers, overheden en netbeheerders tegenaan? En wat is er nodig om meer initiatieven van de pauzestand naar uitvoering te krijgen?
Deze podcast wordt mogelijk gemaakt door het Kennisplatform Energiehubs, namens PVB en Provincie Drenthe.
Benieuwd? Luister naar deze podcastaflevering via jouw favoriete app:
Wie zaten aan tafel?
Presentator Glenn van der Burg ging in gesprek met:
- Irmelin Waalkens, energiehubregisseur bij Gooi Op Groen
- Jorian Bakker, beleidsadviseur bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat
- Etienne Schiffelers, projectmanager bij PDO
Waarom zoveel energiehubs on hold staan
Een energiehub klinkt aantrekkelijk: bedrijven op een terrein die samen hun energie slimmer regelen. Zeker nu het net vol zit, lijkt dat een logische stap. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat staat achter die ontwikkeling.
“We hebben een programma waarin tot 2030 middelen beschikbaar zijn om die energiehubs in ontwikkeling te ondersteunen. Bijvoorbeeld door kennis en ervaring te delen en de randvoorwaarden te versimpelen. De stip op de horizon die we vorig jaar gezet hebben, is 500 energiehubs in 2030.”
Maar tussen idee en uitvoering zit vaak een flinke afstand. Honderden initiatieven zijn in ontwikkeling, terwijl er nog maar een beperkt aantal hubs echt operationeel is.
Dat heeft verschillende oorzaken. Soms verwachten bedrijven een snelle, relatief simpele oplossing, terwijl de praktijk veel ingewikkelder is. In andere gevallen blijkt pas later hoe het net op een terrein echt in elkaar zit. En soms blijkt een energiehub uiteindelijk niet de beste oplossing, terwijl een individuele maatregel wél helpt.
Eerst het probleem scherp krijgen
Volgens de gasten begint veel vertraging met een verkeerde start. Irmelin Waalkens ziet dat energiehubs soms te snel als doel op zich worden gezien. Terwijl de eerste vraag juist zou moeten zijn: welk probleem wil je oplossen, en wat past daar het best bij?
“We gaan nog te veel uit van één oplossing op één manier: een energiehub. Maar elke bedrijventerrein en elk energieprobleem is anders. We moeten die uniforme bril wat meer loslaten en kijken wat er écht nodig is.”
Ook de oplossing verschilt per plek. Soms helpt het al als bedrijven hun eigen energieverbruik slimmer organiseren. Denk aan machines anders programmeren, laadmomenten verschuiven of beter sturen op verbruikspieken. Ook zonnepanelen, herinrichting van de aansluiting of een kleine batterij kunnen al een passende oplossing zijn.
Daarmee is de kern van deze aflevering meteen helder: niet ieder vraagstuk vraagt om een volledige energiehub. Soms is een eenvoudiger maatregel al een goede stap vooruit.
Samenwerken is nodig, maar niet vanzelfsprekend
Op bedrijventerreinen ontstaat samenwerking meestal pas als de urgentie voelbaar wordt, ziet Etienne Schiffelers. En hoewel die urgentie inmiddels duidelijk is, blijft de oplossing complex.
“Je hebt te maken met heel veel spelers en randvoorwaarden, terwijl ondernemers meestal helemaal geen tijd hebben om zich diep in alle technische, juridische en organisatorische vragen te verdiepen. Juist daarom is een goede organisatiegraad op bedrijventerreinen zo belangrijk. Als er al vertrouwen en samenwerking is, wordt het ook makkelijker om samen een energievraagstuk op te pakken.”
Een systeem dat nog op het oude model draait
Een andere oorzaak van zoveel energiehubs on hold: het energiesysteem is nog altijd ingericht op een oude werkelijkheid. Jarenlang was energie centraal georganiseerd. Opwek was voorspelbaar, levering vanzelfsprekend en het net hoefde niet te weten wat er precies achter de meter gebeurde.
Nu verandert dat snel. Er komt steeds meer lokale opwek uit zon en wind, bedrijven elektrificeren en vraag en aanbod bewegen minder gelijk op. Daardoor wordt het nodig om lokaal veel beter te plannen, te sturen en te bufferen.
En daar wringt het, ziet Irmelin Waalkens: “Niet alleen technisch, maar ook bestuurlijk en communicatief. Verantwoordelijkheden, prijsprikkels en regels zijn nog sterk op het oude systeem gebaseerd, terwijl de problemen lokaal spelen en per plek verschillen.”
Gebrek aan informatie remt de voortgang
Veel frustratie ontstaat doordat partijen te laat zicht krijgen op de feitelijke situatie. Wie is grootverbruiker, wie is kleinverbruiker? Welke bedrijven zitten op dezelfde netring? Zonder dat inzicht kunnen bedrijven veel tijd steken in gesprekken en plannen die later toch niet uitvoerbaar blijken. Irmelin Waalkens pleit daarom voor meer transparantie en betere informatie-uitwisseling om sneller samen tot de juiste route te komen.
De spanning tussen veel initiatief en weinig uitvoeringsruimte
Ook bij de netbeheerders zit een spanning: netbeheerders hebben beperkte capaciteit en worden overvraagd. Er zijn veel initiatieven, maar er kunnen er op korte termijn maar een paar echt door. Juist daarom is het volgens Jorian Bakker belangrijk om aan twee kanten tegelijk te werken.
“De eerste stap is standaardiseren. Wat vaker terugkomt, moet eenvoudiger en sneller kunnen. De tweede stap is initiatiefnemers helpen om hun huiswerk beter te doen, zodat sneller duidelijk wordt welke route kansrijk is en welke niet.”
Wat is er nodig om meer hubs vooruit te krijgen?
Sprekend over een oplossing komt een aantal voorwaarden steeds terug.
Allereerst: begin met realistische verwachtingen. Een energiehub staat er niet binnen een jaar. Wie dat wel denkt, loopt bijna vanzelf tegen teleurstelling aan. Daarnaast is organisatiegraad op bedrijventerreinen van groot belang. Waar ondernemers elkaar al kennen en samen optrekken, ligt een betere basis. Niet alleen voor een hub, maar ook voor andere gezamenlijke oplossingen.
Verder is betere informatie nodig, zowel over het net als over contractvormen, financiering en juridische kaders. Tot slot vraagt dit alles om een andere manier van samenwerken. Niet iedere partij kan alles doen, maar zonder afstemming tussen ondernemers, overheid en netbeheerder blijft elk initiatief stroperig.
‘Verlies niet de les’
In zijn column legt Paul Dalebout de vinger op een gevoelig punt. In de buitenwereld lijken vooral de succesverhalen zichtbaar. Maar wie alleen daarnaar kijkt, mist een groot deel van de werkelijkheid. “Er zijn ook veel initiatieven die stilvallen, vertragen of een andere afslag nemen. Juist daar zit waardevolle kennis”, vertelt hij.
Belangrijkste punten uit deze aflevering
- Energiehubs worden vaak gezien als dé oplossing voor netcongestie, maar zijn lang niet altijd de eerste of beste stap.
- Veel initiatieven lopen vast doordat het probleem aan de voorkant nog niet scherp genoeg is.
- Het energiesysteem, de regels en de verantwoordelijkheden zijn nog sterk ingericht op een oude, centrale manier van organiseren.
- Samenwerking op bedrijventerreinen vraagt vertrouwen, organisatie en een lange adem.
- Niet ieder succesvol traject eindigt in een formele energiehub, maar kan wel degelijk een bruikbare oplossing opleveren.
- Meer transparantie, betere informatie en standaardisatie zijn nodig om kansrijke initiatieven sneller verder te helpen.



