Leestijd
8 minuten
21 september 2026
Bewerkt: 21 september 2026

Case Lingezegen: van energiehub naar multi-commodity hub

CasesInterviewGelderland

Locatie: Lingezegen (Gelderland)
Betrokken partijen: Lingezegen Energy, Skytree, Van Doren, Reimert, Wageningen University & Research
Status: Energiehub, verkenningsfase multi-commodity hub

Bij ‘Energiehubs’ denken we snel aan elektriciteit: opwek, opslag en slimme verdeling tussen bedrijven op een terrein. Maar wat gebeurt er als een hub niet alleen stroom, maar ook andere stoffen lokaal kan opwekken, opslaan en verdelen? In dit artikel lees je hoe een energiehub zich verder kan ontwikkelen tot multi-commodity hub. Berno Schouten, CEO van Lingezegen Energy vertelt hoe zij dit hebben aangepakt. 

Energiehub Lingezegen is een samenwerkingsverband van glastuinders in de gemeente Lingewaard. De basis voor de coöperatie werd 20 jaar geleden al gelegd met een gezamenlijk energiebedrijf, Lingezegen Energy. Het doel? Verduurzamen om de sector toekomstbestendig te maken. 

Deze samenwerking leidde destijds tot een eigen 20 kV-elektriciteitsnet met eigen wkk-installaties (warmtekrachtkoppeling). Vanuit die opzet werden ook een warmtenet en CO₂-net aangelegd om deze energiestromen direct naar de glastuinbouw te brengen. Het resultaat: 15% gasbesparing ten opzichte van de individuele situatie, waarin elke tuinder zijn eigen ketel en installaties zou hebben. Op een historisch verbruik van circa 30 miljoen kuub gas was dat destijds een aanzienlijke mijlpaal.

“Als je 25 jaar geleden zei: we gaan duurzaam ondernemen, wist niemand echt van het bestaan van energiehubs af. Eigenlijk was ons concept de eerste van Nederland, alleen werd zo’n initiatief toen nog geen energiehub genoemd."

Berno Schouten, Lingezegen Energy

Inmiddels zijn we 20 jaar verder en draait de hub grotendeels op eigen, duurzame opwek. Een biomassa-installatie verving een groot deel van de wkk-capaciteit, waarmee het gasverbruik daalde van circa 30 miljoen naar ongeveer 1 miljoen kuub per jaar. De bijbehorende stoomturbine wekt continu 3 MW duurzame elektriciteit op. “Dit is de basislast van het hele gebied, waardoor er nauwelijks nog stroom van het net wordt ingekocht", aldus Schouten.

Doordat de wkk-installaties nu grotendeels uitstaan, ontstaat er ruimte op het net: 20 MW aan vermogen dat inzetbaar is om netcongestie op te lossen, zowel in het eigen net als in het net tussen Arnhem en Nijmegen. 

Diezelfde ruimte maakt het mogelijk dat de aangesloten tuinders zonnepanelen plaatsen. Met 14 aansluitingen en gemiddeld een half megawatt zonnepaneel per locatie, komt er circa 7 MW aan zonnestroom het interne net op. Schouten: “Andere deelnemers kunnen dat vervolgens weer lokaal afnemen.”

Multi-commodity

Van energiehub naar multi-commodity hub

Alle glastuinders die bij de energiehub zijn aangesloten wekken dus op het moment energie op via hun zonnepanelen. Sinds 1 maart gebruiken ze een batterij van ruim 15 MW om beperkingen op het elektriciteitsnet te voorkomen. 

“Met deze batterij kunnen ze lokaal opgewekte energie tijdelijk opslaan bij overschotten en flexibel inzetten bij tekorten. Op deze manier draagt de batterij bij aan het verminderen van netcongestie en kan de energie efficiënt worden benut.”

Berno Schouten, Lingezegen Energy

De batterij is een cruciale factor tussen opwek en gebruik. Zo wordt het net ontlast. Naast de batterij verkent het samenwerkingsverband ook een andere mogelijkheid om overtollige energie nuttig te besteden. Namelijk het plaatsen van een Direct Air Capture (DAC)-installatie. Dat is de volgende stap voor Lingezegen. Met zo’n installatie kan CO₂ straks ook een integraal onderdeel worden van het bestaande systeem, naast elektriciteit en warmte. 

De ondernemers van Energiehub Lingezegen denken ook na over Power to X. Dat is een aanpak  die het lokale energiesysteem optimaliseert en de externe energievraag minimaliseert. Zo wordt de energievoorziening voor tuinders én het energiesysteem van de hele regio betrouwbaarder en betaalbaarder. Power to X zorgt er namelijk voor dat partijen het energieverbruik nog beter op elkaar afstemmen. 

DAC-installatie

Aanleiding van de DAC-installatie

CO₂ is een essentiële grondstof voor de glastuinbouw. CO₂-verrijking stimuleert namelijk de groei en kwaliteit van de gewassen: het kan de productie tot wel 30% verhogen. Tegenwoordig zijn traditionele, fossiele CO₂-bronnen steeds schaarser, volatieler en duurder, dus biedt lokaal afgevangen CO₂ een goed duurzaam alternatief. De glastuinders worden zo minder afhankelijk van fossiele CO₂ en dragen bij aan het verduurzamen van de sector. 

Een DAC-installatie realiseren die CO₂ rechtstreeks uit de buitenlucht haalt, zou daarom een mooie vervolgstap zijn voor de energiehub. Deze installatie voert met grote ventilatoren lucht langs een filter. Die filter laat de andere bestanddelen van lucht door, maar vangt de CO₂ af. Daarna wordt de CO₂ verwarmd, waardoor het weer vrijkomt. Hierna kun je pure CO₂ opvangen en verder verwerken.

De installatie kan met een capaciteit van 7.200 ton CO₂ per jaar tien kassen van 80 hectare voorzien van hergebruikte CO₂. En je kunt de installatie integreren in de bestaande energie-infrastructuur van Lingezegen Energy.

Integrale aanpak

Wat dit een integrale multi-commodity aanpak maakt

Het bijzondere aan deze situatie zit in de koppeling van energie en koolstofstromen op één locatie. De DAC-installatie gebruikt veel energie om CO₂ uit de buitenlucht te halen, maar kan via energiehub Lingezegen juist draaien op de momenten dat er veel lokaal opgewekte duurzame energie beschikbaar is. 

Bijvoorbeeld wanneer de zonnepanelen veel energie opwekken, of wanneer de biomassa-installatie restwarmte levert. Zo wordt CO₂-afvang niet losgekoppeld, maar flexibel afgestemd op de momenten waarop er overtollige lokale energie beschikbaar is.

Dat is precies waar de ontwikkeling richting multi-commodity hubs om draait: een hub die niet één, maar meerdere energiestromen slim op elkaar afstemt en lokaal zoveel mogelijk waarde creëert. 

Technisch is dit mogelijk, omdat het systeem deze pijlers combineert:

  • Thermische integratie: tot 80% van de warmtevraag kan worden ingevuld met lokale restwarmte, wat het elektriciteitsverbruik verlaagt tot 0,9–1,3 MWh per ton afgevangen CO₂.
  • AI-gestuurde procesregeling: voor een stabiele CO₂-toevoer wordt er software gebruikt die de omgevingslucht real-time monitort en het systeem bijstuurt op luchtvochtigheid en temperatuur.
  • Modulaire architectuur: capaciteit is opschaalbaar per module (vanaf 2,5 ton CO₂ per dag), zodat onderhoud en toekomstige upgrades geen impact hebben op het hele systeem.
Samenwerking

Samenwerking

Voor de realisatie en praktijk validatie van de DAC-installatie zijn de volgende partijen betrokken: Skytree als de leverancier van de DAC-technologie, Lingezegen Energy die de praktijkomgeving en energie-infrastructuur levert, Van Doren en Reimert die de civiele betonbouw en infrastructuur verzorgt en Wageningen University & Research die de onafhankelijke wetenschappelijke validatie van het proces en de gewasoptimalisatie doet. Vanuit deze samenwerking wordt de basis gelegd voor een mogelijk bredere uitrol naar de gehele glastuinbouwsector. 

Het batterijproject is een publiek-private samenwerking tussen het Nationaal Groenfonds, Rabobank en het Gelders Klimaatfonds, en wordt beheerd door Oost NL. Voor de aansturing van de batterij werkt Lingezegen samen met AgroEnergy (onderdeel van Eneco). 

Toekomst

Stappen richting de toekomst

Op het gebied van water loopt de hub ook voorop. Een 20 meter diepe plas van ongeveer 3 hectare vangt al het regenwater op dat binnen het gebied van 100 hectare valt. Zo blijft al het water binnen het gebied beschikbaar. In de zomer wordt de plas aangevuld door grondwater, waardoor de voorraad ook in droge periodes op peil blijft. 

“Dit is belangrijk, want juist in deze periode is de watervraag van de tuinders het hoogst. Daarbovenop levert het DAC-proces als bijproduct condenswater op. De ondernemers binnen de hub onderzoeken of ze ook dit water kunnen hergebruiken  in de glastuinbouw.”

Berno Schouten, Lingezegen Energy

Verder ziet de energiehub vooral kansen in het uitbreiden van de commodity-conversie. Toekomstige ontwikkelrichtingen zijn het leveren van warmte aan warmtenetten in de regio Arnhem-Nijmegen, methaan produceren voor de luchtvaartsector net over de grens in Duitsland, of waterstof leveren aan een naburige woonwijk. 

Technisch is dat volgens Schouten goed haalbaar. Nieuwe grootverbruikersaansluitingen, zoals een 15 MW-warmtepomp, kunnen door de bestaande centrale infrastructuur direct worden gerealiseerd. Elders vergt dit vaak een langdurig traject bij de netbeheerder. Ook op energiebelasting levert de bundeling van aansluitingen voordeel op.

De grootste uitdaging blijft echter regelgeving: zolang de term energiehub geen eigen rechtsvorm krijgt, blijven zaken als vrijstellingen en investeringszekerheid onderwerp van discussie. Schouten benadrukt daarbij ook de bredere maatschappelijke relevantie van de glastuinbouwsector als energiepartner in de regio, juist nu de sector onder druk staat vanuit de stikstof- en woningbouwopgave.

“Als wij warmte, waterstof en methaan kunnen leveren aan de omgeving, is dat van grote meerwaarde.”


Berno Schouten, Lingezegen Energy

De meerwaarde van een multi-commodity hub

De meerwaarde van een multi-commodity hub zit 'm niet in één slimme technologie, maar in het combineren van verschillende aanwezige stromen. Waar energiehubs zich vooral richten op elektriciteit en netcapaciteit, laat Lingezegen zien wat er ontstaat als je ook warmte, CO₂ en water als onderdeel van hetzelfde systeem beschouwt.

Door de aanwezige stromen lokaal aan elkaar te koppelen, wordt elke stroom die er is beter benut. Dit draagt bij aan een duurzamer, betaalbaarder en betrouwbaarder energiesysteem, wat leidt tot een hogere maatschappelijke waarde en een betere business case voor de deelnemende ondernemers. 

technisch