Case: Energiehub Ens
- Locatie: Ens, kassengebied en bedrijventerrein in gemeente Noordoostpolder (Flevoland)
- Deelnemers: Circa 20 ondernemers uit het kassengebied en op het bedrijventerrein
- Soort contract: GTO, met perspectief op lokale windmolens en een warmtenet
- Status: In ontwikkeling; GTO-aanvraag bij Liander in voorbereiding, ondertekening beoogd eind 2026/begin 2027
In het dorp Ens, in de gemeente Noordoostpolder, groeit een energiehub die verder reikt dan alleen een groepstransportovereenkomst. Ondernemers uit het kassengebied en het bedrijventerrein werken toe naar eigen windmolens, een warmtenet voor het dorp en een gedeelde aanpak van de energietransitie.
Wat Ens onderscheidt, is de sociale cohesie waarop de samenwerking is gebouwd. Ondernemer en expert op het gebied van netcongestieoplossingen, Oene Venema, begeleidt het traject in nauwe samenwerking met de gemeente Noordoostpolder. Hij vertelt over de aanleiding van het hubinitiatief, de bijzondere samenwerking in het gebied en de lessen die hij gaandeweg heeft geleerd.
"Geef ons gewoon de ruimte om op onze eigen manier energieneutraal te worden."
Aanleiding
De gemeente Noordoostpolder werkt al sinds 2010 aan een energieneutrale polder, maar sinds 2017 speelt netcongestie een rol in het gebied. De gemeente was daarom genoodzaakt om over te gaan op een uitgebreidere aanpak. De gemeente gaf Oene namens Bedrijventerreinenaanpak.nl de opdracht om voor de hele Noordoostpolder in kaart te brengen waar knelpunten en kansen liggen. Hoe is de nettopologie? Welke ondernemersgroepen zijn er al? En wat is er aan oplossingen mogelijk? Dat leverde acht groepen op van bedrijven die gebruikmaken van dezelfde aansluiting op het elektriciteitsnet. Deze bedrijven kunnen daarom mogelijk samenwerken en gezamenlijk afspraken maken met de netbeheerder over hun gebruik.
Ens was daarbij al in beweging. Een groep van zo’n vijf ondernemers in het kassengebied onderzocht samen met WindUnie de mogelijkheden voor windmolens. De directe aanleiding daarvan was dat een bloembollenteler werd benaderd door een landelijke partij om zijn land te verhuren voor windmolens. De ondernemers uit Ens zeggen hierover het volgende:
“Zodra zoiets rondom een dorp speelt, ontstaat gelijk de vraag: waarom zouden die molens van een externe partij moeten zijn? De bestaande molens langs de dijk zijn ook eigendom van veertig tot vijftig lokale boeren. Iedereen ziet wat dat voor economisch voordeel oplevert. Dus als het mogelijk is, gaan we dat liever zelf doen.”
Daarnaast speelde er ook een technische noodzaak mee. Het kassengebied van Ens heeft, in tegenstelling tot het naburige Luttelgeest, geen geothermie (hernieuwbare warmte uit de aarde die gebruikt wordt voor verwarming en energieproductie) als optie. En zon is ook geen volwaardig alternatief om van houtstook en biomassa af te komen:
"Als de piek van zon er is, is er nauwelijks afname, en als er wel afname is, is er nauwelijks zon. Die twee lopen precies tegenovergesteld. Daarom zijn molens hier hard nodig.”
Windmolens zijn daarom voor Ens geen bijkomstigheid, maar een randvoorwaarde om van het gas en van biomassa af te komen. De kassen beschikken daarnaast over een grote warmtebuffer, tot 200 megawatt aan warm water. Daarmee heeft WindUnie al een eerste schets gemaakt: een deel van die warmte zou via een warmtenet ook het dorp kunnen verwarmen.
“Zo kwamen twee sporen samen”, vertelt Venema. “De energiecoöperatie van de glastuinbouw en de coöperatie van het bedrijventerrein, met de vraag hoe die twee groepen elkaar konden versterken.”
Samenwerking
De opgave in Ens bestaat uit het samenbrengen van twee aparte initiatieven: de energiecoöperatie van de glastuinbouw en de coöperatie van het bedrijventerrein. Windunie begeleidt het traject rond de windmolens, Venema richt zich namens Bedrijventerreinenaanpak.nl op de netaansluiting en de GTO. “De zoektocht was vooral: hoe laten we die twee groepen elkaar vinden, en hoe zorgen we dat de match er komt?”, zegt Venema.
Hij kiest er in zijn aanpak bewust voor om niet meteen met een groep te starten. Venema licht toe waarom individuele gesprekken het startpunt zijn:
“Zodra je een groep bij elkaar roept voor een gezamenlijk gesprek, ligt de richting van de uitkomst al half vast door wie er het hardst zijn stem laat horen. Door eerst apart met iedere ondernemer te praten over wat er speelt in het bedrijf, welke problemen en kansen je ziet, ben je bereid om samen iets op te zetten. Zo ontstaat een eerlijker beeld van waar de groep daadwerkelijk staat.”
In de praktijk hoeft niet iedereen mee te doen. Venema: “Van een groep van ongeveer twintig ondernemers op één lijn doen er meestal tien tot vijftien mee aan het gesprek, en uiteindelijk sluit 40 tot 50 procent zich aan bij de energiehub.”
Zijn advies is dan ook om te beginnen bij de koplopers. In Ens zijn dat de ondernemers die zelf goed kunnen uitleggen waarom het initiatief voor hen belangrijk is. “Dat werkt beter dan wanneer een vertegenwoordiger vanuit een partij zoals Bedrijventerreinenaanpak.nl het verhaal namens de ondernemers vertelt.”
Ens heeft daarbij een voordeel dat niet overal aanwezig is: het is een klein dorp met bijna 3.500 inwoners, waar ondernemers elkaar al kennen. Bijvoorbeeld via de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) of de lokale bedrijvenkring. Die sociale cohesie maakt het makkelijker om elkaar vast te houden en te profiteren waar dat kan, en maakt tegelijk duidelijk dat het bij deze hub over meer gaat dan energie alleen.
Ook de gemeente Noordoostpolder speelt een actieve rol: die heeft een ambitiedocument vastgesteld waarin windvisie en energieneutraliteit zijn vastgelegd, stuurt ondernemers een brief om inzicht te krijgen in het hele gebied, en is tijdig in gesprek met provincie Flevoland om politiek draagvlak te creëren voordat er besluiten vallen. Met netbeheerder Liander bouwt Venema al sinds 2021, vanuit de eerdere casus in Ermelo, aan een relatie die op wederzijds vertrouwen is gebaseerd.
In Ens is bewust gewacht met de aanvraag tot Liander de kabels in het gebied had vervangen, om te voorkomen dat er tijd en geld gestoken wordt in een aanvraag die door een tussentijdse wijziging alsnog verandert. Venema pleit voor meer transparantie van netbeheerders over dit soort knelpunten. “Als ondernemers vooraf weten dat een bepaalde transformator pas op een later moment wordt vervangen, kunnen zij daarop hun plannen en tempo aanpassen en zo een realistisch tijdspad voor zichzelf schetsen.”
De samenwerking onderling loopt momenteel nog op basis van informele afspraken, maar wordt nu geformaliseerd: eerst met intentieverklaringen, dan met een aanvraag voor de GTO bij Liander. Voordat de coöperatie definitief wordt opgericht, worden er twee bijeenkomsten met de ondernemers georganiseerd, over de verdeling van kosten en baten, bestuurlijke aansprakelijkheid en het doel van de samenwerking. Die gesprekken vormen de basis voor de uiteindelijke statuten.
Technische oplossing
De GTO is voor Ens vooral een tussenstap: een oplossing die de aangesloten ondernemers tot in ieder geval de geplande verzwaring in 2033 zonder grote investeringen meer ruimte geeft om te verduurzamen. Bijvoorbeeld voor het laden van vrachtwagens. Waar een GTO op een gemiddeld MKB-terrein doorgaans gaat over 100 tot 300 kW, ligt de schaal in Ens een categorie hoger. Omdat niet alle aansluitingen op dezelfde installatie zitten, worden er meerdere GTO's onder één coöperatie ondergebracht.
"De ene combinatie van aansluitingen mag technisch al samen, de andere nog niet."
De grotere ambitie, eigen windmolens op het perceel, hangt af van de provincie. Deze moet het gebied voor de windmolens aanwijzen. Zodra dat is gebeurd, volgt de vraag hoe de opgewekte windenergie wordt verdeeld tussen het kassengebied en het bedrijventerrein. Mogelijk is daarvoor een verdeelstation naar middenspanning nodig.
Voor de aansturing van energiestromen bouwt Ens bewust op wat er al is. De kassenbedrijven werken al zo’n vijf jaar met eigen energiemanagement. De ondernemers zijn vertrouwd met energiehandel: ze kennen de scherpe prijsschommelingen op de energiemarkt en sturen hun installaties daarop aan. Die kennis wordt binnen de hub benut in plaats van opnieuw uitgevonden. Venema illustreert het belang van gedeelde capaciteit:
"Het voordeel van een GTO is natuurlijk afhankelijk van de samenstelling van de groep maar dat kan uiteen lopen van 4.000 per maand tot wel 5.000 euro per maand.”
Eén van de kassenbedrijven wordt aangestuurd via een systeem van DNO in Emmeloord. Er wordt nu onderzocht of ook het bedrijventerrein op dat bestaande systeem kan meedraaien, in plaats van een compleet nieuw energiemanagementsysteem op te tuigen.
"Kijk vooral naar wat er al is. Zet zo veel mogelijk in op bestaande ervaringen met leveranciers die simpelweg goed werk doen. Dan hoef je niet op zoek naar alternatieven."
Die aanpak scheelt aanzienlijk in kosten. Over EMS is veel discussie, maar de kosten dalen steeds verder door de toenemende vraag en concurrentie.
Geleerde lessen en advies
Vanuit zijn opgedane ervaring afgelopen jaren wil Venema het volgende meegeven aan startende energiehubs:
- Ga in gesprek met ondernemers
Dat begint met inzicht, niet met een groep. “Ga eerst individueel met ondernemers in gesprek over wat er speelt in hun bedrijf en hun keten, welke problemen en kansen ze zien, en of ze bereid zijn om samen iets op te zetten.”
- Richt je op de koplopers
Of een ondernemer wil samenwerken is volgens Venema zelden een objectieve vraag. “Iedereen zou in theorie voordeel hebben bij een groep, want het scheelt geld. Maar in de praktijk is het vooral een kwestie van karakter en houding. Richt je daarom op de koplopers en volgers, en verlies geen energie aan de mensen die sowieso niet willen meedoen.” Een houding kan overigens wel verschuiven tijdens het proces, stelt Venema. “Een ondernemer die drie keer nee zegt, kan bij de vierde keer alsnog overtuigd zijn, zeker als hij ziet dat buren met een vergelijkbare GTO al voordeel behalen.”
- Maak de juiste afspraken en durf te starten
Wie alle theoretische risico's wil afdekken voordat er een GTO wordt getekend, komt nooit tot een handtekening. In de praktijk doen zich meestal een handvol van die risico's daadwerkelijk voor. “Organiseer in plaats daarvan gezamenlijke bijeenkomsten waarin ondernemers concreet afspreken hoe ze kosten en baten verdelen, hoe ze omgaan met aansprakelijkheid en wat het doel van de samenwerking is.”
Venema benadrukt ook dat daarbij vooral het sociale aspect belangrijk is. “In de discussie over windmolens bijvoorbeeld zou het veel meer moeten gaan over de sociale ontwikkeling die ze mogelijk maken. En over bijvoorbeeld het bieden van lokaal eigenaarschap, zoals bij de bestaande dijkmolens in de polder, wat zorgt voor een draagvlak dat een externe investeerder nooit op dezelfde manier voor elkaar krijgt.”
"Het gaat niet over een vergelijking of je windmolens mooi of lelijk vindt. Het gaat over de sociale ontwikkeling en maatschappelijke bijdrage die het mee kan brengen voor het gehele gebied. Extra capaciteit wat je weer in kan zetten voor bijvoorbeeld het elektrificeren van vervoer."
Stappen richting de toekomst
De komende periode moet duidelijk worden welke ondernemers definitief meedoen in de groep en welke oplossing, individueel of collectief, voor hen het beste past. De verwachting is dat een deel van de ondernemers, die daadwerkelijk tegen capaciteitsproblemen aanlopen, richting een GTO beweegt. De eerstvolgende mijlpaal is de aanvraag bij Liander en het verder formaliseren van de samenwerking met intentieverklaringen. Het streven is om begin 2027 de groepstransportovereenkomst te ondertekenen.
Minstens zo belangrijk voor Ens is perspectief voor de windmolens. Dat traject ligt nu vooral bij de politiek. Wanneer er duidelijkheid komt over de locatie van de molens is op dit moment nog niet te zeggen. “Maar al met al maakt de gecombineerde ambitie van netcapaciteit creëren, windmolens neerzetten, op termijn een warmtenet voor het dorp, van Ens meer dan een gewone energiehub op papier.”




