Case Larenstein: een energiehub is niet altijd het eindpunt
Locatie: Bedrijventerrein Larenstein
Aantal onderzochte bedrijven: >20 bedrijven, uiteindelijk 5 potentiële deelnemers
Uitkomst: individuele oplossingen per bedrijf
Status: onderzoek voor nu afgerond met individuele oplossingen als uitkomst; ze kijken verder naar de mogelijkheden voor een collectief door het zoekgebied uit te breiden naar buiten bedrijventerrein Larenstein
Een energiehub hoeft niet altijd de uitkomst te zijn
Op bedrijventerrein Larenstein leek het erop dat een energiehub een logische oplossing zou zijn voor netcongestie, voordat ze verder kunnen met het bedrijventerrein aardgasvrij maken. Na een uitgebreide inventarisatie, gesprekken met 20 ondernemers en een bepalend inzicht in de nettopologie, bleek uiteindelijk dat individuele maatregelen - als alleen wordt gekeken naar het bedrijventerrein - voorlopig beter bij de situatie passen dan een collectieve energiehub.
Dit verhaal laat zien dat een groepstransportovereenkomst niet het einddoel is en dat lokale samenwerking, ook met individuele oplossingen als uitkomst, een mogelijkheid is.
Wij spraken:
- Hans Burghouts adviseur bij de Biltse Energieneutrale Gemeenschap BENG!
- Bob Huussen, voorzitter van de Vereniging Bedrijvenpark Larenstein
- Willem Knol, technisch adviseur die de netstructuur en afnameprofielen in kaart bracht
- en Charlotte Post, projectleider warmtetransitie, van de gemeente
over het traject dat zij samen doorliepen.
Aanleiding: de ambitie om aardgasvrij te worden
De aanleiding voor het traject op Larenstein lag bij de ambitie om het bedrijventerrein aardgasvrij te maken. De wethouder maakte in 2022 samen met Bob Huussen de afspraak om te onderzoeken of dit mogelijk zou zijn. Wat was er nodig voor ondernemers om deze stap te zetten?
Terwijl zij daarmee aan de slag gingen, kwam het onderwerp netcongestie ter sprake. Bob Huussen hoorde er destijds weinig mensen over, terwijl het wel degelijk kon gaan spelen, naarmate bedrijven van het gas af gingen en meer op elektriciteit gingen leunen. Dat was voor de betrokkenen aanleiding om gericht onderzoek te starten naar netcongestie op het terrein.
Hans Burghouts van BENG! sloot in de opstartfase aan om samen met de Vereniging Bedrijvenpark Larenstein en met behulp van de tool van bedrijventerreinaanpak.nl de inventarisatie uit te voeren.
Ontstaan: van brede inventarisatie naar verdiepingsslag
De gesprekken met ondernemers werden gevoerd door BENG! en leden van het bestuur van Vereniging Bedrijvenpark Larenstein. De gemeente gaf bewust aan dat zij niet zelf bij ondernemers langs zou gaan: “Dat kan een ondernemersvereniging veel beter, met haar bestaande netwerk en vertrouwensband", vertelt Charlotte Post.
In de eerste fase werden 12 ondernemers, tevens grootverbruikers op grond van hun aansluitvermogen elektriciteit, geïnterviewd om een gedetailleerd beeld te krijgen. Zo konden ze bepalen of er voldoende gezamenlijke grond was om verder te praten.
Daarna volgde een verdiepingsslag: het achterhalen van afnameprofielen en wat bedrijven daar concreet mee konden. Willem Knol speelde hierin een sleutelrol. De ondernemers vormden een een kerngroep, vervolgens lichtten ze de provincie in, en werd netbeheerder Stedin bij het traject betrokken.
De nettopologie: een late, maar bepalende ontdekking
Destijds was één van de uitdagingen om inzicht in de nettolopogie te krijgen. Pas relatief laat in het proces, door trage reactie van de netbeheerder, ontdekten de initiatiefnemers dat er niet één, maar twee afzonderlijke lussen in het middenspanningsnet van Larenstein zaten.
Die ontdekking veranderde het verhaal fundamenteel: de bedrijven met een daadwerkelijk probleem bleken verspreid over de verschillende lussen te zitten, in plaats van gezamenlijk op één lus.
Niet iedereen kan zomaar samenwerken binnen een groepstransportovereenkomst. Je moet netburen zijn en er zijn beperkingen over welke netvlakken dit geldt. Lees meer over de GTO.
De nettopologie leverde ook een kans op. Er bleken in de betreffende lussen ook bedrijven te zitten die oorspronkelijk niet in beeld waren buiten het bedrijventerrein. Die zijn alsnog geïnterviewd. Toch kromp de groep uiteindelijk van zeven naar vier deelnemers, waardoor de energieprofielen minder goed op elkaar aansloten — met minder ruimte voor gezamenlijke groeiplannen tot gevolg. Hierdoor was een energiehub niet meer haalbaar.
“Je moet niet te klein beginnen”, vertelt Willem Knol. Met een grotere groep is de kans aanwezig dat de profielen beter op elkaar afgestemd kunnen worden en dat een energiehub wel haalbaar was.
Van de zeven bedrijven die aanvankelijk aan tafel zaten, hadden er uiteindelijk maar twee à drie een echt urgent probleem. Zo kampte een pizzabakker met een acute capaciteitsbeperking, en zat bij een ander bedrijf onvoldoende voortgang in het project. Uiteindelijk stapte de pizzabakker over op een gasoven als tussenoplossing in afwachting van een duurzame oplossing.
De uitkomst: individueel bleek beter dan collectief
Naarmate het traject vorderde, werd steeds duidelijker dat een energiehub een mogelijke oplossing was voor een concreet capaciteitsprobleem. Maar toen bleek dat maar een klein aantal bedrijven daadwerkelijk (op korte termijn) tegen hun grenzen aanliep, verschoof de vraag. Wat levert oplossen op individueel niveau op, en wat levert collectief oplossen op? En welke afwegingen maken de ondernemers daarin?
Een van de drempels om voor een collectieve oplossing te kiezen, was het gevoel dat de ondernemers hadden rond het inleveren van hun eigen gecontracteerd transportvermogen (GTV) dat bij een groepsoplossing nodig zou zijn geweest. Ze kregen duidelijk uitleg over wat dit in de praktijk betekent, maar het gevoel bleef.
“Het bleek dat de individuele route in dit geval beter paste”, aldus Knol, die uiteindelijk zelf constateerde dat een hub binnen de huidige randvoorwaarden nu niet de juiste oplossing was.

Individuele oplossingen in de praktijk
In plaats van een collectieve hub, kozen de meeste bedrijven voor maatwerk. Zo schakelde de pizzabakker over op een gasoven en een shockvriezer. Deze werd door nauwkeurige planning ingepast in het huidige GTV. Een autobedrijf bleek vooral 's nachts veel ruimte binnen de eigen ATO te hebben. Door elektrische auto's ‘s nachts te gaan laden, loste dat bedrijf zijn eigen knelpunt op.
Een batterij achter de meter voor de betrokkenen was geen ‘snelle’ oplossing. Het bedrijventerrein is vol en er is niet genoeg ruimte tussen de gebouwen om een batterij ver genoeg van het gebouw te plaatsen om deze ook verzekerd te krijgen. Nog los van de te verwerven gemeentelijke vergunningen met de daaraan verbonden kosten is er dus simpelweg geen ruimte op het bedrijventerrein om ze te plaatsen en verzekeringstechnisch stuitte dat op grenzen.
Willem Knol had ook een gedetailleerde meterkoppeling opgezet. Die leverde onverwachte inzichten op. Bij een van de deelnemers viel een piek in het energieverbruik op. Navraag leerde dat een defecte hellingbaan onopgemerkt enorm veel stroom verbruikte. Het probleem is opgelost en de piek verdween.
De rol van de gemeente
De gemeente vervulde in dit traject vooral een faciliterende en aanjagende rol: financiering, het thema op bestuurlijk niveau agenderen en zorgen dat de wethouder zichtbaar betrokken bleef. Dat bleek belangrijk voor het draagvlak onder ondernemers.
“Haak de gemeente echt meteen aan - je hebt ze nodig op het niveau van de wethouder. Het schept noodzakelijk draagvlak en dat motiveert de ondernemer”, vertelt Post, projectleider warmtetransitie bij gemeente de Bilt. De ondernemers voelden zich serieus genomen door de betrokkenheid van de wethouder en waren ook meer gemotiveerd om het project aan te gaan.
Het budget was daarbij bewust beperkt en pragmatisch: de gemeente stelde ongeveer 30.000 euro beschikbaar over drie jaar. De provincie droeg vooral bij door personeel in te zetten, en de lokale energiecoöperatie leverde kosteloos adviescapaciteit om interviews af te nemen bij de ondernemers.
Volgens de betrokkenen werkte die lean-and-mean-aanpak beter dan een zwaar gesubsidieerd traject, waarbij (het aanvragen van) subsidies bij de provincie vaak als complex worden ervaren. In dit project heeft de gemeente het simpel gehouden: hier is een bedrag, huur de juiste expertise in. ‘Daarmee kom je echt vooruit’, vertelt Knol.
De rol van de netbeheerder
De adviseur en ondernemers hadden graag een wat soepelere samenwerking met netbeheerder Stedin gezien, vertellen ze. Zo duurde het in kaart brengen van de nettopologie langer dan gehoopt, waardoor de knelpunten in het net pas later duidelijk werden.
Hans Burghouts geeft aan dat de versnipperde kennis binnen een organisatie als een netbeheerder samenwerken soms ook bemoeilijkt. "De kennis is verspreid over verschillende disciplines binnen het bedrijf waardoor niet altijd dezelfde persoon voldoende kennis en mandaat heeft om snel stappen te zetten. Daarnaast ontbreekt het aan voldoende kennis van de (specifieke) klant. Dat vertraagde ons proces op een aantal momenten."
Georganiseerde ondernemers als vliegwiel
Een belangrijke succesfactor was dat de ondernemers op Larenstein al georganiseerd zijn via de Vereniging Bedrijvenpark Larenstein. Dat bestaande netwerk zorgde voor korte lijnen en vertrouwen. “Als het goed georganiseerd is, heb je ook een makkelijke ingang”, vertelt Bob Huussen.
Volgens Burghouts ligt de sleutel tot het in beweging krijgen van ondernemers vooral in begrijpen wie er aan tafel zit: de motivatie, de bedrijfscultuur en de manier van werken verschillen sterk tussen bijvoorbeeld een familiebedrijf, een eenmansbedrijf en een vestiging van een groter concern. Hierin spelen de individuele belangen per bedrijf alsmede de sociaal maatschappelijke focus ook een rol. Wie dat scherp heeft, kan een ondernemer beter centraal zetten in het proces.
Lessen: van techniek tot organisatie
Dit traject leverde de betrokkenen een aantal waardevolle inzichten op:
Begin met inzicht, niet met een oplossing
Zonder het vormen van breed draagvlak en een goede inventarisatie is er geen bewustwording, en zonder bewustwording geen beweging. Ook al leidde dit traject niet tot een energiehub, het inzicht dat het opleverde was de moeite waard.
Wat kan de individuele ondernemer als eerste stap zelf doen
Op basis van inventarisatie en terugkoppeling naar de ondernemer blijkt dat er veelal direct stappen kunnen worden gezet op het vlak van energie-/contractmanagement. Hiermee kan mogelijk al een deel van het probleem netcongestie worden opgelost.
Breng de nettopologie tijdig in beeld
Het pas laat ontdekken van de twee lussen op Larenstein had grote invloed op het verloop van het traject. Vroegtijdig inzicht in de nettopologie voorkomt vertraging en aannames over wie daadwerkelijk met wie een gezamenlijke oplossing deelt. Leg hierbij de focus niet alleen op één specifiek gebied zoals een bedrijfsterrein maar ga uit van de middenspanningslus en de daarop aangesloten bedrijven/grootverbruikers. (Let op: Het is wellicht in de toekomst mogelijk om samen te werken met bedrijven op verschillende lussen.
Zet de ondernemer centraal
Ondernemers moeten zelf de keuze kunnen maken tussen individuele en collectieve oplossingen, op basis van heldere informatie over wat beide opties hen opleveren.
Georganiseerde ondernemers zijn een vliegwiel
Een bestaande vereniging van ondernemers zorgt voor korte lijnen, vertrouwen en een lagere drempel om samen te verkennen wat er mogelijk is.
Een energiehub is een middel, geen doel
Het pad naar een energiehub is smal: er moet veel kloppen wil een collectieve oplossing daadwerkelijk de beste optie zijn. Vaak blijkt individueel oplossen praktischer, zeker als maar een klein deel van de deelnemers een acuut probleem heeft.
Geen hub als uitkomst, maar wel een leerzaam traject
Larenstein laat zien dat grondig onderzoek niet automatisch uitmondt in een energiehub, en dat is geen slecht resultaat. Het traject bracht bewustwording, scherper inzicht in energieprofielen en concrete individuele oplossingen die op korte termijn wél werkten.
“Ik vind het een heel mooi proces en geniet van de samenwerking met de ondernemers. Ik ben daar echt trots op."
Het onderzoek is voor nu afgerond met individuele oplossingen als uitkomst, maar de betrokkenen laten het daar niet bij. Ze kijken nog steeds verder naar de mogelijkheden op en rond Larenstein. En mocht de situatie op het terrein veranderen, dan ligt er een stevige basis om een collectieve aanpak alsnog serieus te overwegen.
