Podcast 13: Elektrisch vrachtvervoer op een vol stroomnet, hoe kan het wél?
Steeds meer transportbedrijven stappen over op elektrische vrachtwagens. Maar hoe laad je die voertuigen op als het elektriciteitsnet vol zit? En wat als een zwaardere aansluiting voorlopig niet beschikbaar is?
In aflevering 13 van de Energiehub Podcast bespreken de gasten hoe slimmer laden, nieuwe technologie en samenwerking binnen energiehubs kunnen helpen om de elektrificatie van vrachtvervoer toch mogelijk te maken.
Want de overstap naar elektrisch vervoer vraagt veel van logistieke bedrijven. Elektrische vrachtwagens zijn duurder in aanschaf en hebben een grote elektriciteitsbehoefte. Tegelijkertijd moeten ze gewoon hun routes kunnen blijven rijden. Hoe zorg je dat er voldoende laadcapaciteit beschikbaar is? Welke slimme oplossingen zijn er al? En wat kunnen bedrijven samen bereiken?
Deze podcast wordt mogelijk gemaakt door het Kennisplatform Energiehubs, namens PVB, en Provincie Drenthe.
Benieuwd? Luister naar deze podcastaflevering via jouw favoriete app:
Wie zaten aan tafel?
Presentator Glenn van der Burg ging tijdens de Company Challenge in gesprek met:
- Ewout Hulscher, Project Lead Green Mobility bij Brainport Development
- Sytse Oegema, procescoördinator bij Oegema Logistics+
Daarnaast schoof Paul Dalebout (moderator van de Community of Practice van energiehubs in Drenthe) als co-host aan om mee te praten over de uitdagingen en mogelijkheden rond netcongestie en energiehubs.

Elektrische vrachtwagens vragen enorm veel stroom
De elektrificatie van vrachtvervoer staat nog aan het begin, maar de verwachte groei is enorm. Volgens Ewout Hulscher rijden er momenteel ongeveer 3.200 elektrische vrachtwagens op de Nederlandse wegen, tegenover zo'n 160.000 vrachtwagens in totaal. Ewout: “Onderzoek van ElaadNL laat zien dat de elektriciteitsvraag van elektrisch vrachtvervoer nu nog minder dan 1 terawattuur (TWh) bedraagt, maar kan richting 2050 oplopen tot 18 TWh. Ter vergelijking: dat is ongeveer evenveel elektriciteit als zeven miljoen huishoudens verbruiken.”
Die groei vraagt om veel meer laadcapaciteit. En juist daar ligt de uitdaging. Veel bedrijventerreinen hebben voldoende elektriciteit voor de gebouwen en productieprocessen, maar niet om ook een groot elektrisch wagenpark op te laden.
Volgens Ewout is het uitbreiden van het elektriciteitsnet noodzakelijk, maar niet voldoende. Het huidige systeem is grotendeels ingericht op centrale opwek en transport van elektriciteit over grote afstanden. Door energie meer lokaal op te wekken en te gebruiken, kun je bestaande infrastructuur beter benutten.
Daarbij draait het vooral om de piekmomenten, ziet hij.
“Waarom zou je het elektriciteitsnet volledig moeten uitbreiden voor capaciteit die maar enkele uren per jaar nodig is? Door de elektriciteitsvraag beter te spreiden, ontstaat ruimte zonder dat overal direct nieuwe kabels nodig zijn.”
Vijftig elektrische vrachtwagens en de ambitie om verder te groeien
Hoe ingewikkeld die overstap in de praktijk is, weet Sytse Oegema van Oegema Logistics+. Het familiebedrijf heeft ongeveer 450 vrachtwagens, waarvan er inmiddels zo'n 50 elektrisch rijden. De komende periode komen daar nog twintig elektrische voertuigen bij.
Oegema begon jaren geleden met de eerste elektrische vrachtwagen en bouwde de laadinfrastructuur vervolgens stapsgewijs uit. Het bedrijf had daarbij een voorsprong: op de eigen locaties lagen al veel zonnepanelen en waren relatief zware elektriciteitsaansluitingen aanwezig.
Inmiddels beschikt Oegema over laadvoorzieningen op drie locaties. Op één locatie kan het bedrijf met een vermogen van 3.000 kilowatt tot tachtig vrachtwagens gedurende de nacht opladen. Toch loopt ook Oegema tegen de grenzen van de beschikbare capaciteit aan.
En elektrisch rijden vraagt meer dan alleen voldoende stroom. Elektrische vrachtwagens zijn volgens Sytse nog altijd zo'n 2,5 tot 3 keer duurder in aanschaf dan dieseltrucks. Bovendien is er nog geen langetermijnervaring met deze generatie EV-voertuigen. Daarom is ook niet precies bekend hoe lang de voertuigen en hun batterijen meegaan. Toch wil het bedrijf niet afwachten.
“We zien elektrificatie als een ontwikkeling die hoe dan ook doorzet. Dus moeten we daarop anticiperen. Door nu te investeren, kunnen we ervaring opdoen en samen met klanten zoeken naar manieren om de overstap financieel haalbaar te maken.”
Sytse:
Slimmer laden met de capaciteit die er al is
Een belangrijke oplossing zit in het slimmer benutten van de beschikbare elektriciteit. Oegema Logistics+ maakt daarvoor onder andere gebruik van blokstroom. Bij deze contractvorm mag het bedrijf op bepaalde uren meer vermogen afnemen dan tijdens drukke momenten op het elektriciteitsnet.
Op een van de laadlocaties mag Oegema overdag bijvoorbeeld nauwelijks elektriciteit van het net afnemen, maar tussen middernacht en zes uur 's ochtends de aansluiting wel volledig benutten. “Zo kunnen we vrachtwagens opladen zonder voortdurend aanspraak te maken op schaarse netcapaciteit”, aldus Sytse.
Ook batterijen kunnen helpen. Oegema beschikt over zonnepanelen, een batterij en laadvoorzieningen die met elkaar zijn verbonden. De batterij kan bijvoorbeeld overdag opgewekte zonnestroom opslaan om die later voor het laden te gebruiken.
Toch is Sytse voorzichtig met het inzetten van batterijen. Ze vragen om forse investeringen en maken het energiesysteem complexer. Bovendien moet het laden ook op een donkere winterdag gewoon doorgaan.
Voor een logistiek bedrijf is dat doorslaggevend. “Een vrachtwagen die niet kan vertrekken omdat een laadpaal of energiesysteem niet werkt, kost al snel meer dan de besparing op elektriciteit.” Sytse ziet daarom veel in oplossingen zoals blokstroom, waarmee het bedrijf de bestaande aansluiting op andere momenten kan benutten zonder extra installaties.
Gelijkstroom kan laadcapaciteit vergroten
Naast bestaande oplossingen wordt ook gewerkt aan nieuwe technologie. Charging Energy Hubs, een innovatieproject binnen het Nationaal Groeifonds,onderzoekt bijvoorbeeld hoe laadinfrastructuur efficiënter kan worden ingericht. “Daarbij kijken we naar zowel hardware als software”, vertelt Ewout.
Een van de mogelijkheden is het gebruik van gelijkstroom (DC). Zonnepanelen, batterijen en elektrische vrachtwagens werken allemaal met gelijkstroom, maar worden vaak via een wisselstroomnet met elkaar verbonden. Daardoor moet elektriciteit meerdere keren worden omgezet, wat energieverlies oplevert.
“Door installaties rechtstreeks via gelijkstroom met elkaar te verbinden, kunnen die omzettingen grotendeels worden voorkomen. Berekeningen laten zien dat je hierdoor ongeveer 17 procent meer laadsessies kan uitvoeren met dezelfde beschikbare energie en installaties.”
De techniek is nog volop in ontwikkeling. Om een volledig laadplein op gelijkstroom te laten functioneren, moeten verschillende installaties en systemen goed op elkaar aansluiten. Dat vraagt om samenwerking tussen leveranciers, ontwikkelaars en andere betrokken partijen.
Software verbindt energie en logistieke planning
Minstens zo belangrijk is de ontwikkeling van slimme software, stelt Ewout. Want niet iedere vrachtwagen hoeft op hetzelfde moment te laden of volledig opgeladen te worden.
“Een logistiek bedrijf weet doorgaans welke voertuigen de volgende dag welke routes rijden. Daarmee kan het ook voorspellen hoever iedere vrachtwagen opgeladen moet worden en wanneer deze weer moet vertrekken.” Door die informatie te koppelen aan een energiemanagementsysteem (EMS) en energieleverancier, ontstaat de mogelijkheid om het laden veel slimmer te organiseren. De systemen kunnen rekening houden met beschikbare netcapaciteit, zonnestroom, batterijen en elektriciteitsprijzen. Een vrachtwagen die vroeg moet vertrekken, krijgt bijvoorbeeld voorrang boven een voertuig dat pas later nodig is.
Volgens Ewout ligt hier veel potentie. “Maar daarvoor moeten systemen die nu vaak los van elkaar functioneren, informatie kunnen uitwisselen. Binnen het consortium van Charging Energy Hubs wordt daarom gewerkt aan afspraken en standaarden waarmee logistieke planning, energielevering en energiemanagement beter met elkaar kunnen communiceren.
“Dat vraagt ook iets van transportbedrijven. Zij moeten zich niet alleen verdiepen in elektrische voertuigen, maar steeds meer kennis opbouwen over energie en laadmanagement.”
Samenwerken binnen een energiehub
Niet ieder transportbedrijf beschikt over een zware elektriciteitsaansluiting zoals Oegema. Voor bedrijven met beperkte netcapaciteit wordt samenwerking met andere ondernemers daarom steeds interessanter, stelt Paul Dalebout.
Een transportbedrijf heeft bijvoorbeeld vooral 's nachts elektriciteit nodig om vrachtwagens op te laden. Een naastgelegen bedrijf met zonnepanelen produceert juist overdag elektriciteit. Of een productiebedrijf gebruikt overdag veel vermogen, terwijl de aansluiting 's nachts grotendeels onbenut blijft. “Door die verschillende energieprofielen op elkaar af te stemmen, kunnen bedrijven mogelijk meer uit hun bestaande aansluitingen halen. Een energiehub kan daarvoor een oplossing bieden”, stelt Paul.
Ewout ziet veel kansen in lokale samenwerking, maar benadrukt dat de praktische uitvoering daarvan eenvoudiger moet worden. “Contractvormen zoals de groepstransportovereenkomst (GTO) bieden mogelijkheden om transportcapaciteit gezamenlijk te benutten. Maar het is nog niet gemakkelijk en schaalbaar genoeg.”
Ook Sytse onderzoekt de mogelijkheden van een energiehub:
“Het zou een deel van de oplossing kunnen zijn voor ons. Maar het zal niet voor al onze locaties een voordeel opleveren.”
Geleerde lessen: er is geen wonderoplossing
De gasten zijn het over één ding eens: netcongestie vraagt om een combinatie van oplossingen. Het elektriciteitsnet moet worden uitgebreid, maar tegelijkertijd is er veel te winnen door bestaande capaciteit slimmer te gebruiken. Ewout: “Er is geen technologische silver bullet die alles gaat oplossen.”
Juist daarom zijn alle verbeteringen belangrijk. Of het nu gaat om efficiëntere laadpleinen, slimme software, flexibele contractvormen of samenwerking met buurbedrijven. Dat ziet Sytse ook. “We moeten niet wachten op de perfecte oplossing, maar ervaring op doen en van daaruit verder te bouwen. Je moet gewoon beginnen.”
Want de overstap naar elektrisch vervoer komt eraan. En juist door nu te onderzoeken wat er binnen de bestaande netcapaciteit mogelijk is, kunnen bedrijven zich daarop voorbereiden.
Volgende aflevering?
De Energiehub Podcast is elke derde woensdag van de maand live te volgen via New Business Radio, om 11.00 uur. Daarna vind je de podcast in je favoriete podcastapp.



