Leestijd
7 minuten
4 mei 2026
Bewerkt: 6 mei 2026

Energiehubs on hold: Erken de valkuilen en zet stappen die wel werken

Cases
Kennisplatform Energiehubs

Steeds meer ondernemers op bedrijventerreinen willen samenwerken om hun energievoorzieningen te verduurzamen en netcongestie aan te gaan. Energiehubs worden daarbij gezien als een kansrijke oplossing. Toch komt het in de praktijk voor dat op verschillende plekken initiatieven vastlopen. We noemen dit 'energiehubs on hold'.

Irmelin Waalkens, bedrijfskundige en adviseur in energietransitie, deelt in dit artikel haar ervaringen, benoemt onderliggende oorzaken en geeft concrete handvatten.

Waalkens: “Mijn grote frustratie is dat de motivatie voor een energiehub er is, maar dat het proces vervolgens vastloopt. Dat kan op allerlei manieren gebeuren. Dat wil ik zichtbaar maken. Ik wil zorgen voor realistische verwachtingen en dat de juiste stappen in de juiste volgorde worden gezet.” 

Zo ontstaat het

Zo ontstaat een energiehub on hold

Energiehubs komen steeds vaker ‘on hold’ te staan. Tegelijkertijd lijken de omstandigheden juist steeds gunstiger. Irmelin legt uit hoe dat kan. 

“Op papier zie je vaak alle juiste ingrediënten: gemotiveerde ondernemers, bestaande opwekcapaciteit zoals zonnepanelen en windmolens, en partijen die bereid zijn te investeren in bijvoorbeeld batterijen of gezamenlijke assets. Ook is er vaak steun vanuit de gemeente of provincie. Maar tussen idee en uitvoering in de praktijk zit vaak een flinke afstand.”

Waalkens noemt Mijdrecht als voorbeeld.  

Daar deed een groep van 19 bedrijven - groot- en kleinverbruikers, de gemeente en waternet - een uitgebreide verkenning. Ze waren bereid om samen te investeren in batterijen, WKK’s en gezamenlijke opwek. “Na twee jaar afstemmen en plannen bleek echter dat door nettoplogie, ringdeling en beperkingen vanuit de netbeheerder 'er niemand meer overbleef’ om een groepstransportovereenkomst (GTO) te vormen. Resultaat: de hub on hold. Dat kwam in dit geval doordat  de randvoorwaarden en volgorde van genomen stappen niet aansloten op de situatie.” 

Ook als kennisplatform willen we benadrukken dat het belangrijk is dat bedrijven op basis van inzicht in hun situatie bepalen wat een geschikte oplossing is, individueel of gezamenlijk, en een energiehub of GTO niet van de start als uitgangspunt nemen. 

Waarom?

Waarom lopen de hubs vast?

Hoe komt het nu dat energiehubs vastlopen? Waalkens ziet vijf belangrijke oorzaken: 

1. Verkeerde verwachtingen

“Energiehubs worden in beleid en communicatie al snel gepresenteerd als dé oplossing voor netcongestie. Die belofte is te rooskleurig. Bedrijven stappen in met hoge verwachtingen en haken af als de werkelijkheid tegenvalt.

Waalkens: "De energiehubs worden te snel gezien als een makkelijke oplossing. Dat wekt verwachtingen met te grote stappen die meestal niet waar te maken zijn."

2. Verkeerde volgorde in de aanpak

“Veel energiehub-programma's sturen snel aan op een groepstransportovereenkomst (GTO) als de te verkennen oplossing. Maar je moet eerst kijken naar je eigen energieprofiel en wat je kunt optimaliseren. Een GTO is één van de mogelijke instrumenten voor een slimmer energiesysteem, niet het startpunt.”

Waalkens: "Door beleidsmakers zie ik dat een GTO vaak gezien wordt als stap één, maar bij mij is het stap 100."

3. Nettopologie te laat bekeken

“Bedrijven die bovengronds naast elkaar staan, zijn ondergronds soms helemaal niet met elkaar verbonden. Een bedrijf 6 kilometer verderop kan op dezelfde ring zitten, terwijl de naaste buurman dat niet doet. Nettopologie moet vóórdat een traject begint in kaart worden gebracht.”

4. Systeemkaders sluiten niet aan op de praktijk

“Hier raken we een diepere, systemische oorzaak. Ondernemers mogen juridisch meedoen, maar in de praktijk blijkt dit technisch of operationeel onmogelijk. Kleinverbruikers die volgens ACM-kaders zouden mogen deelnemen, worden door de netbeheerder uitgesloten vanwege hun netvlak.”

5. Economische prikkels ontbreken

“Het energiesysteem beloont samenwerking en flexibiliteit nauwelijks. Statische vermogensreserveringen worden voor onbepaalde tijd vastgelegd, ook als ze nauwelijks worden benut.

Het is net als bij een restaurant waar iedereen een tafel reserveert maar nooit komt opdagen, terwijl anderen buiten wachten. Zolang er geen economische prikkel is om flexibel te zijn, zullen ondernemers rationeel redeneren: waarom zou ik iets inleveren zonder er iets voor terug te krijgen?”

Effecten

Wat zijn de effecten van hubs on hold?

Al die hubs on hold zorgen voor teleurstelling bij ondernemers, merkt Waalkens. “Na veel vergaderen, tijd investeren en vertrouwen opbouwen verdampt de motivatie als blijkt dat het toch niet lukt.”

Toch ziet ze ook positieve kanten. 

“Meestal heeft het ertoe geleid dat er een goed gesprek is gevoerd en een verkenning is geweest met andere positieve uitkomsten. Dat verdient meer aandacht dan het doorgaans krijgt.” 

Zo zijn er genoeg voorbeelden van ondernemers die hierdoor individueel of onderling naar oplossingen gaan zoeken. Eén bedrijventerrein besloot een eigen DC-net aan te leggen buiten de netbeheerder om. Andere initiatieven richten zich op wat wél kan. In Abcoude losten de betrokken bedrijven hun energievraagstuk op via oplossingen achter de meter. “De hub staat officieel on hold, maar op het moment worden er geen problemen meer ervaren. Ze kunnen er waarschijnlijk nog twintig jaar mee vooruit. Dat is een prima tussenoplossing”, aldus Waalkens. 

In Mijdrecht, het traject dat eerder vastliep, zijn bedrijven elkaars voertuigen gaan laden. Een elektrische busmaatschappij onderzoekt bij welke bedrijven ze haar bussen kan opladen als tijdelijke oplossing. “Ondernemers werken op deze manier alsnog samen, ze vinden elkaar in een gedeeld belang.”

Waalkens: “Als een traject leidt tot bewustwording, het ontdekken van koppelkansen of kleine praktische afspraken tussen buren, is de hub on hold een leerzame tussenfase. Misschien een startpunt voor iets dat later uitgroeit tot een volwaardige energiehub, als het systeem daar klaar voor is.”

Oplossingen

Welke oplossingen hebben we nodig?

Waalkens beschrijft een aantal ontwikkelingen die volgens haar nodig zijn op dit moment: 

Realistisch verhaal naar buiten

“Communicatie over energiehubs richt zich nu te vaak op groepstransportovereenkomsten (GTO) als succesmaatstaf. Maar iedere vorm van samenwerking is winst. Of het nu een onderlinge laadafspraak is, gedeelde zonnestroom of een gezamenlijke accu. In Weesp koppelde een ondernemer met 900 zonnepanelen zijn stroom aan een buurman met elektrische vrachtwagens: ze laden nu bij elkaar. Dit is ook winst.”  

Systemische veranderingen

“Er zijn nog veel systeemfouten. De prikkel die grotendeels ontbreekt, is een eerlijke prijs voor het gebruik van schaarse transportcapaciteit. Wat we nodig hebben zijn capaciteitscontracten gebaseerd op werkelijk gebruik, met een hogere prijs voor pieken en een vergoeding voor het afstaan van ongebruikte capaciteit. Dat kan zorgen voor gedragsverandering bij ondernemers.” 

Gebiedsgerichte aanpak en lokale aansturing

“Nu wordt het energiesysteem van bovenaf aangestuurd: Europese markten, TenneT, regionale netbeheerder en dan pas de afnemer. Er zit geen lokale marktlaag tussen.  Lokale sturing is hier de ontbrekende schakel.” 

Adviezen voor de praktijk

Wat kunnen energiehubs en de energiesector op dit moment al doen? Waalkens heeft een aantal concrete tips voor ondernemers: 

  1. Breng je eigen energieprofiel in kaart, historisch en toekomstig. 
  2. Doe eerst wat je zelf achter de meter kunt doen: procesoptimalisatie, eigen opwek benutten, faseverdeling en slimme laadsoftware.
  3. Deel toekomstplannen met buren op het bedrijventerrein. Koppelkansen ontstaan als je weet wat de ander nodig heeft.
  4. Vraag de netbeheerder om inzicht in de nettopologie voordat je samenwerking organiseert. 
  5. Blijf in dialoog, ook  als een GTO niet lukt. Er zijn meer mogelijkheden: CSC-contracten, lokale laadoplossingen, gedeelde zonnestroom of een DC-net. 

Ook voor beleidmakers en de energiesector heeft Waalkens een concreet advies: Stuur niet direct naar een GTO en presenteer dit niet als snelle uniforme oplossing. Een energiehub is een middel, geen doel. Investeer in goede loketten bij netbeheerders, realistisch verwachtingsmanagement en maatwerk per gebied.

“We moeten veel meer planologisch en gebiedsgericht denken. Nationale oplossingen werken niet voor lokale problemen.”

Irmelin Waalkens