Leestijd
2 minuten
24 februari 2026
Bewerkt: 24 februari 2026

Wisselstroom

Er zijn twee soorten stroom. Dit zijn:

  • gelijkstroom (DC, direct current)
  • wisselstroom (AC, alternating current)

Het verschil is de manier waarop de elektronen zich verplaatsen. Bij gelijkstroom bewegen de elektronen zich continu in een richting, bij wisselstroom bewegen ze op en neer.

Traditioneel is wisselstroom het meest gebruikt en bekend. We gebruiken wisselstroom op ons net omdat het zich gemakkelijk laat veranderen van spanning, door middel van transformatoren. Hogere spanningen zorgen voor minder verliezen bij transport over lange afstanden, maar zijn gevaarlijker voor de eindgebruiker. Daarom transporteren we stroom op wel 380.000 Volt, terwijl we 230 Volt kennen op het stopcontact. 

Gelijkstroom is bezig aan een comeback. Een groot deel van onze apparaten werkt al op gelijkstroom. Ook onze opwek kent steeds meer gelijkstroom. Zonnepanelen wekken bijvoorbeeld gelijkstroom op. Daarom zien we steeds meer systemen die lokaal helemaal op gelijkstroom werken. Het is efficiënter om elektriciteit in gelijkstroom te houden, in plaats van om te zetten naar wisselstroom. Bij dat laatste treden namelijk verliezen op.

Ook zien we gelijkstroom vaker op het hoogspanningsnet. Bij langeafstandstransport van elektriciteit kunnen met gelijkstroom nog hogere voltages gehaald worden dan met wisselstroom. Dit zorgt voor nog hogere efficiëntie. Hoewel de apparatuur om de stroom naar gelijkstroom om te zetten duurder is dan een trafostation, is dit effectief voor transport op lange afstand. Denk aan (onderzeese) kabels van honderden kilometers lang.