Vijf vragen aan Warmold ten Zijthoff van Stedin
‘De economie staat achteraan in de rij. Door samen te werken kun je toch groeien’
Steeds meer ondernemers lopen tegen energie-uitdagingen aan. Een energiehub kan dan een oplossing zijn, maar de praktijk blijkt vaak best ingewikkeld. Hoe kijkt een netbeheerder daarnaar? Welke ruimte ontstaat door samenwerking? En hoe ontwikkelt het groepscontract zich?
Deze keer stellen we vijf vragen aan Warmold ten Zijthoff, regiodirecteur bij Stedin in de provincie Utrecht. Hij is vanaf het begin betrokken bij Energy Hub Lage Weide.
Hoe ben je betrokken geraakt bij Energy Hub Lage Weide?
“Ik ben helemaal aan het begin van deze e-hub betrokken geweest, om te kijken: hoe kun je nou samen met ondernemers kijken hoe je capaciteit beter kunt benutten? Dat was nog in de fase dat er geen sprake was van netcongestie. En toen kwam natuurlijk ook hier de netcongestie. Toen waren deze ondernemers al goed voorbereid op wat dat een onderneming vraagt en welke mogelijkheden er zijn.”
Waarom blijft samenwerking tussen bedrijven belangrijk?
“Als je kijkt naar een regio als Utrecht, staat er veel in de schijnwerpers. Het gaat dan heel vaak over maatschappelijke prioriteiten. Vooral rond woningbouw zit heel veel zorg. De economie staat eigenlijk helemaal achteraan in dat rijtje. Ook in het prioriteringskader van de ACM zitten bedrijven achteraan.
Door dit soort samenwerkingen kun je wel degelijk als ondernemers groeien en meer halen uit de capaciteit die je hebt. En daarmee toch verder met je onderneming en daarmee ook met de economie in de regio.”
Wat verandert er met het nieuwe groepscontract?
“Er zijn een paar dingen anders. Eerst was het zo dat iedereen voor hun normale, volledige contractvermogen betaalde. Nu worden ze als groep afgerekend. Als groep hebben ze een lagere contractwaarde dan de som van ieder. Daar zit een voordeel in.
Ook gaan we af van de structurele beperking. Die wordt dynamisch. Eerst hadden zij elke dag van het jaar, ook in de zomermaanden, beperkingen tijdens de spitsuren. Daarvan hebben we gezegd: dat is niet helemaal proportioneel. We willen dat dynamisch gaan doen, zodat je ze alleen beperkt in de uren dat het echt noodzakelijk is. Dat is ook de grote verandering.”
Biedt dat bedrijven ook weer perspectief om te groeien?
“Ze hebben mogelijkheden gekregen om hun toekomstplannen mee te kunnen projecteren in hun groepscontract. In het totale groepscontract gaan ze iets omhoog. Fijn dat er weer perspectief geboden wordt.
We hebben eerder afgesproken: op het moment dat er betere vormen zijn, is dat een toetsmoment om te kijken of we dat met elkaar willen doen. Dit is een mooi voorbeeld waarbij de belangen van de ondernemers beter bediend worden dan in het vorige contract.”
Zijn energiehubs inmiddels klaar voor opschaling?
“Dit was heel hard werken. We hebben er jaren over gedaan om hier te komen. Aan het eind van dit jaar (2026, red.) staan we op ongeveer tien energiehubs met bedrijven in ons verzorgingsgebied. De sleutel zit ook in mindere mate aan onze kant. Deze contracten kunnen we steeds makkelijker aanbieden. Het is vooral de uitdaging voor ondernemers: levert samenwerken ook echt ruimte op met elkaar? Dat is altijd een zoektocht.
Ik denk dat energie voor de meeste ondernemers al hoger op de agenda staat. Dan heb je óf de route van congestieverzachters, óf de samenwerking met je omgeving om samen efficiënter met capaciteit om te gaan. Dat geeft in ieder geval de meeste ruimte.”



