Vijf vragen aan Esmee de Nie van Provincie Utrecht
‘Lage Weide wordt volwassen’
Energiehub Lage Weide begon als een vernieuwend initiatief van ondernemers en ontwikkelt zich steeds verder. Volgens Esmee de Nie, projectleider energiehubs bij de provincie Utrecht, zit de volgende stap niet alleen in meer deelnemers. Minstens zo belangrijk is dat de lessen van Lage Weide op andere plekken worden toegepast en dat bedrijven steeds zelfstandiger hun weg vinden naar oplossingen.
We stellen vijf vragen aan Esmee de Nie over de rol van de provincie, de lessen van Lage Weide en de verdere ontwikkeling van energiehubs in Utrecht.
Welke rol speelt de provincie bij Energiehub Lage Weide?
“Als ik hem zo vrij mag vertalen: als supporter. Lage Weide is echt een autonome energiehubontwikkeling. Als provincie zijn we wel vanaf het begin betrokken, als sparringspartner, als kennisdeler en als kennisophaler. En nu vooral als supporter, om te zorgen dat ze verder kunnen groeien en goed kunnen blijven bestaan.”
Wat betekent verder groeien voor Lage Weide?
“Ik zie dat ze nu echt in de fase van volwassen worden zijn. Ze zijn natuurlijk al een paar jaar bezig en ze hebben echt flink aan de weg getimmerd. Maar er valt ook nog heel veel te leren. Dus ik zie dat ze volwassen worden en doorgroeien.Dat zit niet per se alleen in uitbreiden met meer leden. Het zit ook in: wat zij hebben geleerd toepassen op andere plekken op Lage Weide. Daar zijn ze ook mee bezig.”
Wat heeft Lage Weide de rest van de provincie geleerd?
“Tot nu toe is dit in deze vorm nog steeds de enige energiehub in de provincie Utrecht. Voor de rest hebben we wel een aantal getekende contracten of initiatieven die een contract met Stedin hebben. Maar dat zijn vooral GTO’s binnen één concern. Dit is de enige energiehub in deze vorm, met meerdere stakeholders en meerdere ondernemers.
Dus we leren eigenlijk nog steeds elke dag hoe we de weg vrij kunnen maken voor andere initiatieven. Maar we hebben vooral ook geleerd dat het voor veel initiatieven misschien niet de meest interessante oplossing is.”
Welke andere oplossingen ziet u ontstaan?
“Soms zijn er gesprekken gestart tussen diverse ondernemers op een terrein en blijkt het toch niet interessant voor een of meerdere van hen. Dan gaan er bijvoorbeeld twee ondernemers met elkaar verder. Met een directe lijn of het onderzoeken van cable pooling. Dus zo worden er wel oplossingen gevonden, maar niet per se in de vorm van de energiehub zoals we die misschien eerst in gedachten hadden.
Wat we nu steeds meer zien, zijn de GTO’s van één bedrijf met meerdere aansluitingen of meerdere dochterondernemingen eronder. In ieder geval met één eigenaar daarachter. En dat werkt heel goed. Er zijn er ook een aantal getekend of in wording waar wij als provincie niet eens bij betrokken zijn. Ze weten heel goed de weg naar Stedin te vinden. En dat is wat je wilt: dat het eigenlijk meer standaard wordt.”
Wanneer is het handig om de provincie erbij te betrekken?
“Het moet niet, maar het kan handig zijn aan de voorkant. Als je denkt dat een energiehub interessant voor je kan zijn. Dan kunnen wij altijd helpen als sparringspartner. Even kijken: wat is je situatie, wat kan hier logisch zijn? Ook om een heel lang en intensief traject te besparen als er eigenlijk een simpele oplossing voor een probleem is. Ik denk dat we als provincie nog steeds aan de weg kunnen timmeren op het gebied van kennisdeling, verspreiding en goede informatievoorziening.”



