Leestijd
6 minuten
11 juni 2026
Bewerkt: 29 juni 2026

Energiehubs Podcast (short): Waarom samenwerken niet automatisch loont

Podcasts
OrganisatorischVerkennen

Als oplossing voor netcongestie klinkt samenwerken logisch. Bedrijven kunnen capaciteit delen, het net slimmer benutten en samen ruimte maken voor groei en verduurzaming. Toch is de praktijk weerbarstig. Want waarom zou een bedrijf capaciteit inleveren als de opbrengst misschien ergens anders terechtkomt?

In deze Energiehub Podcast short gaat het over de prikkels achter energiehubs en gebiedsaanpakken. Collectief kan samenwerking veel opleveren. Maar voor individuele bedrijven is de winst niet altijd duidelijk genoeg.

“Hoe verder weg het van jou is, hoe moeilijker het wordt.”

Marnix Brongers

Deze Energiehub Podcast short werd opgenomen tijdens het congres Energiesysteem en Ruimte 2026 en wordt mogelijk gemaakt door het Kennisplatform Energiehubs, namens PVB, en Provincie Drenthe.

Benieuwd? Luister naar deze podcastaflevering via jouw favoriete app:

Aan tafel

Wie zaten aan tafel?

Presentator Glenn van der Burg ging in gesprek met Marnix Brongers, directeur adviseur bij Fuga Consultancy.

Samenwerken klinkt logisch

Op veel bedrijventerreinen ontstaan initiatieven rond energiehubs en groepscontracten. Bedrijven onderzoeken of ze capaciteit die de een niet gebruikt, kunnen delen met een ander en zo samen meer kunnen halen uit de bestaande netcapaciteit.

Volgens Brongers is dat op papier een aantrekkelijke route. Zeker als ondernemers daardoor meer zekerheid krijgen en weten waar ze aan toe zijn. Maar bij groepscontracten ontstaat ook spanning. Netbeheerders kunnen contracten combineren, maar willen dan vaak een deel van de capaciteit terugnemen. Brongers noemt als voorbeeld een percentage van ongeveer 30 procent.

“Dat hoeft nog niet eens een probleem te zijn, want die ondernemers denken: als het mij verder helpt, dan ben ik misschien best bereid om die 30 procent in te leveren”, stelt Brongers.

Voor wie?

Waar komt de capaciteit terecht?

De vraag is vooral wat er daarna met die teruggegeven capaciteit gebeurt. Netbeheerders willen die ruimte gebruiken om partijen op de wachtlijst te helpen. Dat is logisch, zegt Brongers. Maar ondernemers willen graag zien dat hun inspanning ook iets oplevert voor hun eigen gebied. Bijvoorbeeld voor een woonwijk naast het bedrijventerrein, waar medewerkers kunnen wonen. Of voor bedrijven in de buurt waarmee ze samenwerken.

“Als ik in een gemeente iets regel, dan wil ik ook graag dat die extra capaciteit ook gaat naar de gemeente of naar de buurt of de regio waar ik zit.”

Marnix Brongers

Nu gebeurt dat niet altijd. De capaciteit komt terug bij de netbeheerder en wordt verdeeld op basis van de wachtlijst. Daardoor kan de opbrengst ook tientallen kilometers verderop terechtkomen. In het uiterste geval zelfs bij een concurrent.

Nabuurschap

De kracht van nabuurschap

Toch zijn er ook ondernemers die bereid zijn om mee te bewegen. Zeker als de baten en lasten dicht bij elkaar liggen. Brongers noemt als voorbeeld de regio Noord-Veluwe, waar in Ermelo een Smart Energy Hub is ontwikkeld.

Daar zien ondernemers dat samenwerking met nabije bedrijven ook hun eigen positie versterkt. Bedrijven zitten vaak niet toevallig bij elkaar. Ze zijn klant van elkaar, leverancier of onderdeel van dezelfde lokale economie. “Als het grote broertje er echt baat bij heeft, dan is het ook in jouw belang om te delen, want daar word je samen beter van.”

Volgens Brongers is nabuurschap daarom een belangrijk begrip. Maar die buur moet wel dichtbij genoeg zijn. Anders voelt het niet meer als samenwerken in de eigen omgeving.

Congestieverzachtend

Congestieverzachtend bouwen

Ook bij gebiedsontwikkeling spelen prikkels een rol. Brongers noemt het voorbeeld van de gemeente Barneveld, waar een school congestieverzachtend gebouwd zou kunnen worden. Dat betekent dat een gebouw zo wordt ontwikkeld dat het het net niet extra belast, of zelfs helpt. Denk aan een batterij die op bepaalde momenten kan terugleveren. Daarmee ontstaat ruimte op het net voor andere functies in de omgeving.

“Iedereen die het netwerk kan helpen, zou eigenlijk een vriend van de show moeten zijn.”

Marnix Brongers

Toch lopen kleinere initiatieven in de praktijk vaak tegen grenzen aan. Netbeheerders hebben beperkte tijd en capaciteit. Daardoor ligt de focus al snel op grote partijen die in één keer veel flexvermogen kunnen leveren.

Dat is begrijpelijk, zegt Brongers. Maar maatschappelijk gezien zit er juist ook veel potentie bij kleinere gebruikers, zoals scholen, woningen, gemeentehuizen en zwembaden.

Van maatwerk naar standaard

Van maatwerk naar standaardoplossingen

De grote vraag is hoe je al die kleinere initiatieven toch mee kunt laten doen. Volgens Brongers kan dat alleen als oplossingen schaalbaar worden. Nu moet ieder initiatief vaak apart met de netbeheerder in gesprek. Dat kost veel tijd en is voor netbeheerders niet vol te houden. Daarom zijn standaardcontracten en vaste modellen nodig.

“Je wil eigenlijk een schaalbare oplossing waarbij je zegt: als je voor een bepaald model kiest, een bepaald contract, dan kan dat.”

Marnix Brongers

Dan hoeft niet elke school, woning of energiehub opnieuw als maatwerktraject behandeld te worden. De netbeheerder weet dan wat het effect is, en initiatiefnemers weten sneller waar ze aan toe zijn.

Ook bij bedrijventerreinen speelt dit. Energiehubs zijn nu nog maatwerk. Dat past bij de beginfase van innovatie, maar maakt opschaling lastig.

Transitie

Een rommelige fase in de transitie

Volgens Brongers bevinden we ons in een overgangsfase. Voor grootverbruikers ontstaan steeds meer nieuwe contractvormen, zoals groepscontracten en flexibele contracten. Voor kleinverbruikers is dat nog veel minder ontwikkeld. “Het is inderdaad een beetje een rommelige fase in de transitie.” Die rommeligheid hoort deels bij innovatie. Tegelijk moeten oplossingen sneller gestandaardiseerd worden, zodat meer partijen kunnen meedoen.

Druk kan ook beweging brengen

Om de juiste prikkels te creëren, moeten volgens Brongers alle partijen stappen zetten. Bedrijven, netbeheerders, overheden en wetgevers hebben daarin een rol. De urgentie groeit. Woorden als aansluitstop maken voor steeds meer mensen duidelijk dat netcongestie niet alleen een probleem van bedrijven is.

Ook woningbouw, scholen en andere maatschappelijke functies krijgen ermee te maken. “Het is een probleem, maar het kan ook een kans zijn.” Als de noodzaak groter wordt, ontstaat er vaak ook meer ruimte om anders te denken. Dan kunnen regels, contractvormen en samenwerkingen in beweging komen.

Geleerde lessen

Belangrijkste punten uit deze aflevering

  • Samenwerken in energiehubs kan veel opleveren, maar individuele prikkels sluiten niet altijd goed aan.
  • Bedrijven willen weten waar teruggegeven capaciteit terechtkomt.
  • De bereidheid om te delen groeit als de opbrengst zichtbaar blijft in de eigen regio.
  • Nabuurschap werkt vooral als de baten en lasten dicht bij elkaar liggen.
  • Ook kleinere initiatieven, zoals scholen en woningen, kunnen congestie helpen verminderen.
  • Opschaling vraagt om standaardcontracten en schaalbare modellen.
  • Netbeheerders, overheden en bedrijven moeten samen zoeken naar prikkels die collectieve winst ook individueel logisch maken.
Gebiedsgericht werken